05 maart, 2007

Gedachten over Groningen


Mijn eerste kennismaking met het Noorden was bepaald onprettig. Al op de terugweg van mijn verbanningsoord in Baflo kon ik niet uit het raam van de bus kijken zonder misselijk te worden van al dat groen. Die afkeer van groen is gelukkig niet lang gebleven, maar de reserves tegen het Noorden wel. Het was er groen dus, en leeg, de mensen waren grof, gierig, gereformeerd en gluiperig - ik geef toe dat het bewijsmateriaal karig was, maar voor een zesjarige was mijn ervaring voldoende voor zo'n twintig jaar. Stemden twee nogal wilde Lieven uit Groningen Stad mij milder? Dan was het nog altijd de Stad waar zij uitkwamen... Niet dus.
Het grillige lot wilde dat de Echte Liefste haar studie voortzette en voltooide in Groningen Stad. Ik was er inmiddels al eens geweest en de stad was goed te verdragen. Maar behoudens een uitstapje naar Schiermonnikoog (en dat is Friesland) hebben we eigenlijk nooit de Ommelanden bezocht.

Er was jarenlang sprake van geweest en het wachtte alleen op de treuzelende medewerking van mijn zwager, geloof ik, dat mijn zus en ik met de respectieve gades een tocht naar het oord der verschrikkingen, Baflo, zouden ondernemen. Eigenlijk viel het landschap wel mee: weids, leeg, groen. Kleine dorpen met lage huizen, meestal in rode baksteen. Een enkel huis van een gegoed persoon, dat er meteen als een soort kasteel uitziet. In de verte naar het noorden Eenrum, naar het westen is zelfs Ulrum te ontwaren, waar een collega van de Academie voor Ambulante Wetenschappen woont. De sloot waarin ik heb zitten staren is net gedempt...

Al een tijdje gaan wij regelmatig naar het kuuroord Nieuweschans. Waar het land ophoudt, voorbij het station dat niet meer dan twee perrons is begint het land waartegen dit een verdedigingswerk was. Het kuuroord is een wonderlijk stukje luxe in een streek, getekend door armoede. Lage huizen, lege landschappen (je ziet altijd wel op zijn minst een ree vanuit de trein). Het ruikt er naar strokarton. Ook op zaterdagavond is het er heel stil op straat.
Ik hoop maar dat zoiets als het kuuroord ook voor mensen in de streek wat levensonderhoud met zich brengt. Het gaat hier om het verdwijnputje van Nederland. Het nieuwe fascistische opinieblaadje van Pieper verbant mensen die niet zo denken als zij naar het Duistere Woud, Finsterwolde in het Nedersaksisch. De bijelkaargeveegde plaatsen zijn hier ondergebracht in de gemeente Reiderland (en het bijeenvegen gaat door). Ooit bolwerk van de CPN (en daarvoor nog van de anarchisten), nu van de SP. Na Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Schiedam de slechtste plaats om op te groeien als kind, zegt men. En niets wat op een stedelijke kern lijkt. Groei mee zeurt het verkiezingsbord van wat nooit de opvolger van de CPN geworden is in deze streken, de enige plaats in Nederland waar deze partij ook echt uitsluitend een arbeiderspartij was.

Maar goed - een in zijn leegheid overweldigend landschap, dat bewoond wordt door mensen die op een kortaffe manier heel vriendelijk zijn (vergelijkbaar met Parijzenaars, mirabile dictu).
Kennismaken met deze streek heeft mij verzoend met Groningen. Het ga u goed, gewest.