01 mei, 2019

Kabouters en het tegengaan van uitsterven, een eenmei-overweging


Het onderstaande is samengesteld terwille van een treffen in Leeuwarden.
Omdat lang niet iedereen daar ter plaatse zal zijn en het nu eenmaal nu de eerste mei is, publiceer ik de tekst in drietrapsformaat nu hier. Als u toch daar in Leeuwarden bent hoort u waarschijnlijk iets anders, zoniet, dan weet u het alvast.

Ik moet mij nog voorstellen. Eigenlijk ben ik specialist op het gebied van religieus anarchisme, voor Nederland dus wat betreft het christen-anarchisme zoals het naar voren kwam in het laatste decennium van de negentiende eeuw. Er was een tijd waarin er een werkverdeling mogelijk was op het gebied van de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Het lijkt nu welhaast een luxe, en bovendien was voor deze avond Johan Frieswijk niet beschikbaar, of Dennis Bos (die is in Tilburg) en Bert Altena is er niet meer. U zult het met iemand moeten doen die in Nieuwmarktkringen in de jaren zeventig van Gerard van den Berg geleerd heeft dat een mei een gestolen en derhalve vergetenswaardige traditie is. Niet dat ik mij nu trouwhartig houd aan wat Gerard te zeggen had.

*
Alweer wat jaren geleden kwam de biografie van de hand van Jan Willem Stutje over Ferdinand Domela Nieuwenhuis uit. Ik bestelde het boek in een degelijk aandoende buurtboekhandel – er zijn er nog maar zo weinig. De verkoopster die het uitpakte op de dag dat ik het kwam ophalen keek verbaasd naar de pil: zo’n dik boek over – wie kent die man?? ik niet (of woorden van die strekking). Zo staan we er voor in Nederland, en dat malle beeld aan het Amsterdamse Nassauplein (ha, een hoon, alleen al die naam) zal het niet beter maken.

Er was het een en ander aan hype voorafgegaan aan het verschijnen van deze biografie. De beste manier om links in diskrediet te brengen dezer dagen is het beschuldigen van antisemitisme. U kent hem intussen waarschijnlijk, de meest gevierde politicus van dit land verkondigt het: de fascisten en de nazi’s waren links. Jeremy Corbyn is een antisemiet. En Domela werd met terugwerkende kracht pagina’s lang voor antisemiet uitgemaakt door Stutje. Een van de belangrijkste redenen om dit te durven stellen, begreep ik, was dat hij Proudhon in zijn boekenkast had staan.

Ik had het boek overigens al geërgerd weggelegd toen ik de riedel over het schuldgevoel van Domela tegenkwam. Die komt van Jan Romein, die zeker een ziekelijk aandoende haat jegens anarchisten koesterde. En een amateurpsychologische opmerking die door geen bron gedekt wordt.
Ik heb het boek later maar weer ter hand genomen, legde het bij die antisemitismepagina’s maar weer weg en toen kwam ik Bert Altena tegen. En het was voor mij althans onvermijdelijk om over dat boek te beginnen. Bert somde een aantal omissies of fouten op die mij deden duizelen: hij was de grootste Domelakenner die er rondliep. En ik kon niet even notuleren, eerlijk gezegd verwachtte ik dat hij zelf een biografie zou beproeven, ook al zei hij steeds dat hij dat niet wilde doen.
Het is onze laatste ontmoeting geweest, een jaar later was hij dood. Hij zou het best gekwalificeerd zijn geweest als inleider over Domela, met wellicht Rudolf de Jong.

Nu moest ik wel ter gedachtenis van Bert Altena die pil van Stutje uitlezen. Knap werk van een biograaf als je niet eens duidelijkheid verschaft over het sterfjaar van de beschrevene. Maar wat mij het meest stoort is het wegwuiven van de tijd en activiteit van Domela als anarchist – die doet er duidelijk nauwelijks toe voor Stutje, terwijl deze keuze naar mijn vermoeden toch de reden is dat bij het verschijnen van het boek laster verspreid moest worden over iemand die mijn boekverkoopster niets zei.
Ik ga niet zeggen dat zijn anarchistentijd de belangrijkste was in het leven van Domela, voor ons, die honderd jaar na zijn dood terugkijken. Maar die ruim twintig jaar afdoen als een soort naschrift kan toch ook echt niet.
Dus we moeten maar wachten op een betere biografie – een “goede” durf ik niet te zeggen, tenslotte is er nooit een definitieve, maar Domela verdient beter, nog steeds.

Waarmee Domela na zijn overstap naar het anarchisme bezig was kan ik alleen maar opsommen:

– redactie van het blad De Vrije Socialist, waar veel werk in gezeten moet hebben. Toen hij niet meer voortkon, en dat was niet zo ongeveer direct na de eeuwwisseling, al zou Stutje wel die indruk wekken, heeft hij de redactie overgedaan aan Samuel Coltof en Gerhard Rijnders.
Ik heb de eerste jaargangen van het blad doorgenomen en helaas, moet ik zeggen, het is geen aangename lectuur (het feit dat het alleen op microfiche is te bekijken hielp overigens ook niet). Domela neemt voortdurend verraders waar, vanuit zijn standpunt terecht zou je kunnen zeggen. Steeds meer medestrijders uit de dagen van de Sociaal-Democratische Bond, later Socialistenbond, gaan over naar de parlementairen van de SDAP. Of een enkeling naar de christen-anarchisten, voor wie hij ook geen goed woord overheeft. Wonderlijk overigens voor iemand die een iconische afbeelding als representatie van Jezus van Nazareth op zijn bureau had, en uiterlijk trachtte op die afbeelding te lijken. (Frederik van Eeden probeerde dat ook trouwens).

– Domela de antimilitarist. Oprichter van zowel de Internationale Antimiltaristische Vereeniging waaruit het Internationaal Antimilitaristisch Bureau is voortgekomen.
Van het internationale is niet veel gekomen, helaas. Dit is mogelijk de blijvendste nalatenschap van Domela: een Nederlandse traditie die reikt tot de PSP van – ook alweer – weleer en de Hollanditis van de jaren tachtig.
Voor wie kankeren op de Europese Unie als hobby koestert: Domela geloofde in een Verenigde Staten van Europa, tot behoud van de vrede – zelfs al toen de Grote Oorlog al begonnen was. Zijn grootste teleurstelling moet geweest zijn dat de grootste levende Internationale Anarchist van die dagen, Peter Kropotkin, zich duidelijk uitsprak ten gunste van de Geallieerden, tegen de Centralen.

– Domela de vrijdenker. Nu dit woord zo ongeveer een bedekte aanduiding is voor moslimhater en antisemiet is het moeilijk zich voor te stellen dat het vrijdenken ooit een anarchistisch, en in ieder geval socialistisch getinte bezigheid was.

– Domela de drankbestrijder en vegetariër. “Drinkende arbeiders denken niet en denkende arbeiders drinken niet”. Zowel drankbestrijding als vegetarisme, uitingen van het humanitarisme zoals het indertijd genoemd werd, worden in de geschiedschrijving over de eeuwwisseling als “petites religions”, “hevig gewemel” of “deel van een beschavingsoffensief” afgedaan, waarbij het eigen streven van de arbeidersbeweging met terugwerkende kracht gekoloniseerd wordt door de bourgeoisie of wat men dan terugprojecteert als “middenklasse”. Een geschiedschrijving waarover ik mij oprecht kwaad kan maken, die typisch Nederlands is en waarmee met terugwerkende kracht het brede karakter van de beweging wordt gekleineerd.

– Antikolonialisme. Indië los van Holland, de anarchisten of vrije socialisten waren hier consequenter in dan de sociaal-democraten. Het startschot van het Nederlandse anarchisme dat die naam draagt zou wel eens het gedicht Vloekzang, de laatste dag der Hollanders op Java van Sikko Roorda van Eysinga, kunnen zijn, uit naar ik meen 1860. Hij was de man die naar men zegt Domela heeft doen kennismaken met het anarchisme.
Over de Nederlandse koloniën in “De West” wordt meestal gezwegen.

En daarmee ben ik niet volledig, maar het gaat er in de eerste plaats om dat er meer aan “Domela” vastzit dan zijn nieuwste biograaf over zijn laatste decennia weet te schrijven.

Het laatste treffen in debat tussen Troelstra en Domela werd gehouden in zaal Amicitia in Sneek, 11 augustus 1902. Op dat ogenblik is de zaak van de broers Hogerhuis van alle kanten opgegeven: drie broers die onschuldig gevangen zaten voor een gewelddadige inbraak in Britsum. Troelstra wierp zich op als advocaat maar de broers waren vrije socialisten en hadden “dus” niet veel op met de sociaal-democraten. Toen het er op aankwam vertoonden de socialisten van diverse kleur vooral verdeeldheid en onderlinge afkeer.

Wat er die avond in Sneek gezegd is, is als kapstok voor het thema van deze avond gezien door de organisatoren. Laat ik enkele citaten van de heren weergeven – de avond is als het ware goed genotuleerd, tot en met de interventies van het vrij-socialistische zangkoor tegen Troelstra.

– Domela:
De gezagskwestie is te veel verwaarloosd in het oudere socialisme. We kunnen dat niet kwalijk nemen, deze kwestie kwam later op, althans later gevoelde men haar beter. De menschen hebben eigenaardige begrippen over gezag en macht. Gezag is niet de invloed die de een heeft op den ander, omdat hij geestelijk hooger staat of fysiek sterker is; tegen dien invloed strijden wij niet; maar wanneer die invloed vergezeld gaat van macht, dan krijgt men gezag. Als ’t niet mogelijk is iemand te overreden, dan is het gezag, iemand met macht te dwingen tot datgene wat men hem voorschrijft. En tegen zulk een gezag komen wij op .

In elk mensch sluimert een anarchist, en daarnaast ook een stukje gezagsmensch. Nu hangt ’t er van af, wat de overhand zal krijgen; de anarchie of de soc. demokratie is ten slotte een kwestie van temperament, die de vrijheid boven alles stelt wordt anarchist, die meer naar ’t gezag neigt sociaal-demokraat.

Wat wil dus het vrijheidlievend socialisme? Economische vrijheid, d.i. de vrije toegang tot de arbeidsmiddelen. Geestelijke vrijheid, d.i. de vrijheid om zelf te denken en zijn gedachten te mogen uiten. Zedelijke vrijheid, d.i. de gelegenheid om vrij te leven overeenkomstig neiging en aanleg. De toekomst der anarchie Meer willen wij niet, minder ook niet; als dat niet ten volle gegeven wordt, komen wij in verzet; als zoodanig is ons socialisme revolutionair.
– Troelstra:
Ons doel is hetzelfde in zeker opzicht. Wij beiden willen i.p.v. de particuliere voortbrenging maatschappelijke productiewijze, waarmee gepaard zal gaan de opheffing van de loonslavernij, en waarvan de voorwaarde is, de onteigening van de bezitters der productiemiddelen.
– Domela weer:
Het praktisch werk der soc. dem. heeft nog nimmer iets gegeven, behalve voor hen die er minister of burgemeester door werden. Ook wij strijden den politieken strijd; de vermoording van Alexander II was een politieke daad; het afschaffen van den staat is een politieke daad, maar wij doen niet mee aan parlementairen arbeid.
– Troelstra weer:
(D)en Staat kunt ge met geen dynamiet-bommen in de lucht laten springen. Uwe fout is, dat gij het onvolkomene onzer daden wijt aan de soc. dem. i.p.v. die te schuiven op rekening van de kapitalistische maatschappij. En ik noodig u uit flink praktisch te werken, alleen op die wijze kunt gij een macht worden waarmee de bezittende klasse rekent.
*

Wat zowel bij Domela als bij Troelstra opvalt bij die discussie uit 1902 is, dat zij de Revolutie zo ongeveer om de hoek meenden te ontwaren. Troelstra zag het kapitalisme als zijn eigen doodgraver – dat was een gangbare, zelfs populaire opvatting in kringen van “de parlementairen” van die dagen, de lui die we jarenlang hebben aangeduid als sociaal-democraten. De velden werden vanzelf oogstrijp gemaakt, al wat er te doen staat is oogsten en inmiddels het kapitalisme bewoonbaarder te maken voor werkenden en armen. Dat laatste is nooit een streven geweest dat je als marxistisch zou kunnen aanduiden, het is in het begin van de vorige eeuw juist aangeduid als revisionisme. We weten dat die velden nooit oogstrijp zijn geworden en de nazaten van Troelstra zijn net zo gemakkelijk medeplichtig geworden aan de afbraak van de verzorgingsstaat zoals die intussen was opgebouwd. Laten we maar geen namen gaan noemen, en het is ook geen specifiek Nederlandse “afwijking”. Toch een enkele naam: New Labour onder Blair dat de neoliberale agenda uitvoert, zodanig dat het nu toch werkelijk als ultraradicaal gepresenteerd kan worden om terug te keren tot de sociaal-democratie, ook al is dat uitdrukkelijk de wens van de achterban die denkt dat Corbyn dat kan verwezenlijken. In Nederland valt geen Corbyn te ontwaren, ook niet in andere partijen.

Domela voorzag ook een Revolutie, die evenwel door mensen met de daarvoor toegeruste gezindheid gedragen en uitgevoerd zou gaan worden. Naar mijn weten zag hij niets of niet veel in wat je de tweehandentheorie van Peter Kropotkin zou kunnen noemen – Kropotkin was wel de meestbewonderde eigentijdse anarchist voor Domela, althans tot de Grote Oorlog. De tweehandentheorie: met de ene hand de bestaande orde afbreken, met de andere de nieuwe opbouwen (ik ken de term van Roel van Duijn, die Kropotkin heeft doen herleven in Nederland zo’n vijftig jaar geleden alweer). Men kan ook zeggen: de nieuwe maatschappij opbouwen in de schoot van de oude, het idee achter de christen-anarchistische Catholic Worker en achter de kortstondige Oranje Vrijstaat van de Kabouters, bijvoorbeeld. In eigen tegen de stroom ingaande organisatie of instellingen als productieve coöperaties of woon-werkgemeenschappen zoals de kolonies van Van Eeden en de christen-anarchisten in Laren/Blaricum en elders, zag Domela niets. Ook de vakbeweging kon alleen dienen om de nieuwe maatschappij voor te bereiden, niet om in het hier en nu verbeteringen voor de werkende mens te bedingen.

Helemaal niet tussen haakjes: het kapitaal is wel degelijk zijn eigen doodgraver. Maar zoals we kunnen zien: het zal niet in schoonheid ten onder gaan. We kunnen ons eerder het einde van de mensheid voorstellen dan het einde van het kapitalisme. Misschien alsnog in een kernoorlog die even niet voorzien is, en anders in een voor mensen onbewoonbaar geworden aarde: dat laatste is voor deze eeuw voorzien, bij ongewijzigd economisch systeem.

Aan het begin van de vorige eeuw was er wat je een socialistische infrastructuur kunt noemen, in Nederland en elders. Die eigen voorzieningen hebben het in verschillende gedaanten volgehouden tot laat in de eeuw, misschien hadden ze een andere naam inmiddels. Bibliotheken, zangverenigingen, mandolineorkesten, genootschappen die zogeheten deel-doelen nastreefden – op het gebied van antimilitarisme, vrijdenken, de Vrouwenzaak, seksuele voorlichting, streven naar ander onderwijs, natuurstudie, drankbestrijding, vegetarisme en dan vergeet ik vast nog wel iets in deze opsomming. Toen de radio er kwam was er de VARA en de Vrijdenkers Radio Omroep, argwanend zoniet hatend aangezien door de heersende klasse.

Noem het desnoods verzuiling, al denkt niemand daaraan in verband met die voorzieningen uit eigen kring. De infrastructuur veranderde en bleef, tot en met zoiets als de kabouterbeweging of de kraakbeweging – en ergens in de afgelopen decennia is er een einde aan gekomen. Of gemaakt, kan men beter zeggen. Intussen: DE manier om een einde aan de oude infrastructuur verbonden aan de arbeidersbeweging te maken, was de voorzieningen tot overheidstaak te maken, te nationaliseren. Zo lang als het zogeheten welzijnswerk bestaat is het een doelwit voor bezuinigingen, tot op het punt van zo-goed-als-verdwijnen.
Is nationaliseren een wenselijk doel? Het alternatief is repressief “ruimen” terwille van de Wensen van de Markt, zoals met de kraakcentra is gebeurd. En met de door plaatselijke overheden gewaarborgde voorzieningen is iets dergelijks gedaan, waarbij de buitengewoon onsmakelijke uitdrukking “eigen broek ophouden” zo ongeveer speciaal werd ingevoerd. Het einde van het clubhuis/jongerencentrum, buurthuis, bibliotheek, zwembad en ga maar door.

Misschien zijn er hier mensen die de invoering van de bijstandswet hebben meegemaakt, waarmee de armenzorg uit handen werd genomen van de Kerk en de liefdadigheid of een strenge overheid.
Nee, er zou niemand komen kijken of u te veel lakens in huis had. Vriendelijk en voorkomend - bijna communistisch, zag ik het ooit genoemd in een maoïstisch blaadje in de vroege jaren zeventig. De wet is van 1965. In televisiespotjes bij de invoering droop de welwillendheid ervan af. Een bloemetje op tafel moest er van afkunnen.
Al gauw was het vriendelijke weg, en kon je de tandenborsteltellers verwachten. Als er iemand was die regelmatig bij je sliep kon die je ook wel onderhouden. Er kwam de voordeurdelerskorting. En voort ging de weg omlaag, tot de afschaffing in 2004, en tenslotte onder gejuich van de sociaal-democraten de invoering van de “tegenprestatie”, oftewel dwangarbeid. Inmiddels was het een wet voor werk en bijstand.

Over het onderwijs valt iets dergelijks te zeggen. Laat de financiering aan de overheid over en je krijgt het eigenbroekverhaal op den duur. En dus een Monsanto/Syngenta-universiteit in Wageningen. En let maar op: Jair Bolsonaro met zijn per twiet aangekondigde afschaffing van filosofie en sociologie als vakken die “door de belastingbetaler” bekostigd worden geeft zicht op ons voorland als het doorgaat zoals het gaat in Nederland. Dit is tussen haakjes een reden waarom ik niet enthousiast kan zijn over de brochure Anarchisme – een introductie, waar ik “relevant onderwijs” weer zie opduiken. Relevant is bedrijfskunde, verandermanagement, het idee dat je je bureau leeg moet achterlaten op kantoor en dat je geen vaste plaats moet hebben daar. Dat was me lachen over de kabouters van Voskuil zeg – nee, dan de Marktwerking bestuderen…
Ik zeg nu: bestudeer vooral elfjes en kabouters, altijd minder nuttig dan de Markt.

Ik wil graag mijn inleiding in majeur eindigen. Van onderop, autonoom is er dezer dagen de mobilisatie van jongeren-als-jongeren in verband met de aan de gang zijnde mondiale klimaatcrisis. De autonome actie vraagt iets van regeringen. Ik zou ook werkelijk niet weten hoe zonder overheid de vervuiling aan te pakken – want daar gaat het nog steeds om, ook al veranderen de etiketten. Op dit ogenblik is in Wales en Schotland de klimaatnoodtoestand uitgeroepen. Dit zal ongetwijfeld door de centrale overheid in Londen doorkruist worden. Maar er wordt geluisterd naar de jeugd die de straat opgaat.
Veel meer om hoop uit te putten is er momenteel niet, maar het is al heel wat.
Sta op, verworpen Moeder Aarde!
Sta op, verworpenen der Aarde!

Eenmeilezing in Leeuwarden