15 november, 2017

Begeer geen slavin, vrouw, os of ezel - of eigenlijk: helemaal niets

"Als ik naar de Tien Geboden kijk zie ik een klassenanalyse." Ik weet nog wel welke Christen voor het Socialisme deze uitspraak op zijn geweten heeft, maar ik noem geen naam. Ik citeer het slechts om de diepgaande onbenulligheid van een bepaald soort theologie zoals die werd uitgedragen in de jaren zestig en zeventig even te vermelden. Voor de zekerheid: de Tien Geboden leveren geen klassenanalyse en voorzover ze iets zeggen over een klassenmaatschappij heeft het geen enkele betekenis voor de maatschappij van heden. Slechts bij benadering zou je iets kunnen ontlenen aan het tiende Woord:
Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.
Wat leiden wij af uit dit gebod?
  1. Het is gericht tot een man
  2. Het geldt dus niet voor niet-mannen (laat ik het pour besoin de la cause zo uitdrukken)
  3. Er zijn dienstmaagden en dienstknechten. Die mag je niet begeren als ze van een ander zijn. Blijkbaar zijn zij bezit of eigendom. Dus slaven/slavinnen. Dat zegt iets over het klassenkarakter van de maatschappij waaraan deze Woorden werden gegeven, dat wel.
  4. Hoewel het Zevende Woord luidt:
    Gij zult niet echtbreken.
    is er in dit tiende toch nog aanleiding om iets te zeggen over het begeren van uws naasten vrouw.
  5. Ossen en ezels zijn eigendom, en die mag je niet begeren
  6. En eigenlijk mag je niets begeren wat van je naaste is.
Een eerder Woord laat weten dat gij niet zult stelen. Logischerwijze gaat de begeerte aan het stelen vooraf. Strikt logisch bekeken zit er nogal wat redundantie in de tekst. Ik weet ook wel dat dit geen manier is om er naar te kijken, maar kom dan ook niet aan met onzin over een klassenanalyse.

Het is dus nogal gemakkelijk een losse uitspraak die vooral dreef op golven van modieusheid te fileren. Christen-anarchistische voordenker Jacques Ellul neemt in het afgebeelde boek de moeite hen die streven naar een materialistische geloofsbenadering van het christendom - met behoud van de godsdienst, althans het geloof - fors tegen te spreken. Nee, "de armen" uit de bijbel zijn niet "de arbeidersklasse" of "de landloze boeren". Marx en de bijbel gaan niet zomaar samen. Revolutie is wenselijk, nee nodig, maar beroep u niet op vermeende aansporingen hiertoe op bijbelse gronden. Een geestelijke omwenteling hoort vooraf te gaan aan het tot dansen dwingen van versteende verhoudingen.
Het merkwaardige van de "marxismisering" van theologie is dat zij ontwikkeld is terwijl het marxisme zelf in crisis verkeerde en verkeert - er is reden de gedachte van klassenstrijd die leidt tot de Bevrijding opzij te zetten. De theologie komt (weer eens?!?) te laat. Inmiddels is trouwens de bevrijdingstheologie zelf alweer in de vergetelheid gedrongen.

- Ge moogt een vervolg of meer verwachten

14 november, 2017

Het heilige leven van kevers - een bekentenisverhaal

Links het mannetje van Dytiscus marginalis, rechts het vrouwtje. Dus niks: geen seksueel dimorfisme
Ergens op een stal in de Oudemanhuispoort kocht mijn oma voor mij, in mijn bijzijn, het boek Uit de levende natuur: In en bij het water. Het was van Uitgeverij Malmberg, geschreven door als ik de namen goed heb een mijnheer Smeets en een mijnheer Zegers.
Ik vraag mij af of ik het ooit helemaal gelezen heb. Ik legde mij wel toe op het natekenen van de plaatjes, fascinerend als ze waren. Een bladsketel, op de tweede bedrukte pagina, ingewikkeld om na te tekenen, al die lijntjes uitgaande vanuit de hoofdlijn. En waar ik zoiets zou aantreffen? In en bij het water, nam ik aan.
Geen idee wanneer het tot mij doordrong dat het om een bladskelet ging, omdat het woord "skelet" niet tot mijn woordenschat behoorde las ik het onderschrift consequent verkeerd.

Het complete gedicht Het schrijverke van Gezelle stond als hoofdstukje in het boek. Het moet - gezien de uitgeverij en eigenlijk ook de namen van de schrijvers - een katholiek boek zijn geweest. Dit ontging mij als zes-, zevenjarige uiteraard.
Het fascinerendste hoofdstuk ging over de Geelgerande watertor, Dytiscus marginalis. Het verhaal en de afbeeldingen vertelden het duidelijk: dit was een insect dat kikkervisjes en zelfs kleine visjes aankon. Om ze op te eten. Hun larven aten ook gewervelde dieren. Je moest de kever ook met een handschoen aanpakken. Aanpakken?

In het aquarium van de insectenafdeling van Artis zwommen er enkele volwassene rond. Ze vielen tegen - nogal klein. Maar ik bezocht ze naar vermogen (we hadden een jaarkaart). Nooit heb ik ze een kikkervisje zien verorberen. Ik heb ook geen idee of dat is wat ze voorgezet zouden krijgen bij de voedertijd voor de insecten, die zo onspectaculair moest zijn dat die nergens werd aangekondigd.
In mijn vroegste tienerjaren ging ik met maten regelmatig met een schepnetje "vissen" in een sloot bij Jodenmanussie, de oude joodse begraafplaats bij wat je toen nog schaamteloos het Zuiderzeepark noemde, al zal het officieel wel al Flevopark zijn geweest. Het meest bovengehaalde insect uit die sloot was de rugzwemmer, ook bootsmannetje geheten, een wants die op zijn kop lucht komt scheppen aan de oppervlakte. Nooit een grote of zelfs een kleine kever aangetroffen in die sloot.

Mijn eerste Dytiscus in het wild lag voor de noordelijke achteringang van de studentenflat waar ik een groot deel van mijn tijd als twintiger woonde. De kever was zo te zien tegen het raam van het trappenhuis aangevlogen en was lichtelijk verdoofd van de botsing. Met een stuk papier dat wel ergens te vinden was op straat bracht ik het naar een regenplas in de buurt, meer wist ik neit voor het dier te doen. De flat was dicht bij Waterland, de streek ten noorden van Amsterdam, die uitblinkt in sloten, tochten, vaarten en zelfs een kanaal dat nooit afgemaakt is. Maar het was al tamelijk laat op de avond, ik zag mij niet bij wijze van dienstbetoon naar zo'n sloot lopen.
Deze enkele ontmoeting lag ten grondslag aan een verhaal dat ik heb ingezonden naar een literááár tijdschrift waarvan de naam mij inmiddels ontschoten is, dat ernstig naar verhalen hengelde en waarvan de redactie vond dat ik het maar dichter bij huis moest zoeken. Ik vroeg mij vooral af of ik ooit zo'n rondzwemmende geelrand in het wild zou aantreffen. Het riet aan de kant van infiltratiemeren in de duinen, daar had ik mijn heldin in het verhaal laten zwemmen.

Op zekere dag inspecteerde ik de plaats waar De Snoek rondhing in het infiltratiemeer. Glashelder water dat tot op de bodem te bekijken is. Er kruipen kokerjuffers rond, er zijn geen rugzwemmende wantsen, het is te diep voor muggenlarven. De Snoek is er niet. In plaats van de snoek zwemt een kever vanuit het riet naar het open water. "Jij bent Dita," wist ik zeker. "Ja natuurlijk, wat dacht je dan," zei de kever alsof de ontmoeting de gewoonste zaak van de wereld was. En toen zwom ze weer weg, uit het zicht.
De Snoek ontwikkelde in de loop der tijd een carcineus uitziend groeisel op zijn of haar rug. Toen het echt schokkend groot was geworden hing hij/zij een tijdje in het water vóór mij. We namen afscheid van elkaar, duidelijk.
Waterleven is altijd fascinerend.

Ik lever zomaar een moraal aan dit geheel na, de reden waarom ik dit hier geschreven heb.
Koester uw ontmoetingen met insecten. Ze zijn medebewoners van deze planeet waar wij mensen ook maar te gast zijn. De kans op ontmoetingen wordt er alleen maar kleiner op.
Het leven is heilig. Of u het respecteert of niet.

13 november, 2017

Interview met Ciaran O'Reilly

INterview met Ciaran O'Reilly [audio]
Interview. Noem mij maar wereldvreemd, ,aar i kweet wel wie Ciaran O'Reilly is (heb hem een paar keer ontmoete, maar wie Martin Sheen is?

12 november, 2017

De laatste Zwarte Piet


Op tafel staat de zwarte schmink en de scharlakenrode lippenstift. Daarnaast liggen de oorringen, de zwarte pruik en de witte kraag klaar. Hij kijkt in de spiegel en neemt de spons ter hand. Vandaag
verandert Gerard weer in Piet. Zwarte Piet. 


Begin tegen Gerard niet over racisme. Zwarte Piet is maar een fictief personage en het is heerlijk om eens in de huid van een ander te kruipen en even niet je bleke zelf te zijn die in de zomer na een kwartier zonnebaden al verbrand is. Dat is wat Gerard ervan vindt.
Gerard speelt al heel wat jaartjes Zwarte Piet maar de laatste jaren met steeds minder plezier.
“Er zit een rouwrandje aan,” zei hij nog tegen de journalist die bij hem kwam.
“Het was altijd zo leuk. Een feest met al die zingende kinderen! 'Sinterklaasje, kom maar binnen met je knecht' en 'Ook al is hij zwart als roet, hij bedoelt het toch goed'. En wij maar springen en dansen en pepernoten gooien”. Zijn vrouw had er zwijgend bij zitten te knikken. Uit de keuken kwam de geur van speculaas. December is de mooiste tijd van het jaar, vinden ze beiden.
“We worden voortdurend geconfronteerd met het slavernijverleden en gezeur over kolonialisme. Het lijkt wel of Zwarte Piet iemand anders is geworden. De kindervriend is een
kindslaaf geworden. Hoe leg je dat uit aan je kinderen? Die hebben daar nog nooit van gehoord!” En dat laatste, dat wil Gerard graag zo houden. Waarom zou je kinderen belasten met de wetenschap dat hun vader of hun opa doet alsof het leuk is om een kindslaaf te zijn? Kunnen we nou echt niet gewoon net doen alsof Zwarte Piet niet racistisch is?

En zo klaagde hij en klaagde hij tegen de journalist die eigenlijk vooral wilde praten over gezelligheid en traditie, want daar gaat het tenslotte allemaal om. Nederland is een gaaf land, het is heel knus en warm en vrolijk en mensen die dat niet vinden moeten normaal gaan doen. En wat is er nu normaler dan Zwarte Piet spelen?
“Onze cultuur gaat verloren! Onze tradities,” jammerde Gerard tegen de journalist. “Volwassenen doen dat, dat klagen over Zwarte Piet. Geen kinderen.”
Zelf is hij 70, de volhardende Zwarte Piet Gerard, maar dit is de laatste keer. Of hij wel eens zwarte kinderen op de kade heeft zien staan bij de intocht, vraagt de journalist dan maar.
“Ja! Zwarte Pieten!” schatert hij. Maar verder viel er niets te lachen.
“Al die gekleurde pieten die je tegenwoordig ziet. Bah. Dan moet je je maar aansluiten bij een carnavalsvereniging,” mopperde hij. “Zwarte Piet moet zwart blijven, dat is ie altijd al geweest en ik heb een hekel aan verandering. Het staat zo leuk”.

Vandaag staat hij voor de tweede keer deze week voor de spiegel met het kleurige pakje al aan en brengt de eerste zwarte veeg aan op zijn voorhoofd. Dat toneelstukje had hij voor de journalist ook al even opgevoerd. Die wilde zo graag filmen hoe Gerard in Zwarte Piet veranderde. Een stukje nostalgie, want Zwarte Piet gaat verdwijnen.
Hij is er trots op dat hij nog een interview heeft mogen geven en met verve zijn Zwarte Piet heeft mogen verdedigen. Hij begon als zichzelf en eindigde als blackface. In zijn nek was nog een stukje witte huid zichtbaar. Toen de journalist weg was, veranderde hij weer in Gerard.

Vandaag staat hij voor de laatste keer voor die spiegel voor de grote gedaanteverandering naar Zwarte Piet. Een van de laatsten, tot zijn grote ergernis. Hij huilt om de dood van Zwarte Piet, echt waar. Roet Pieten en Blauwe Pieten, dat zijn geen Pieten, mompelt hij. Met zijn dochter had hij nog een discussie erover gehad.
“Maar pa, er zijn mensen die het kwetsend vinden. Er zijn kinderen die worden uitgescholden voor Zwarte Piet,” had ze voorzichtig geprobeerd.
“Onzin, dat wordt ze maar aangepraat!”
“Maar pa, wordt het niet eens tijd dat we luisteren?”
“Zwarte Piet is zwart door de schoorsteen!”
“Maar pa,…”

Hij was snel over iets anders begonnen. Dat schoorsteenverhaal was natuurlijk onzin, dat wist hij ook wel. Maar het was nog altijd het mooiste verhaal. Een leuk verhaal ook, al zijn er bijna geen schoorstenen meer. En slavernij, slavernij. Er waren in Nederland toch geen slaven? Ja, in Suriname en in Nederlands-Indie, maar dat was wat anders. Dat was niet hier en al zo lang geleden. Gerard verlangt terug naar die goeie oude tijd dat je nog trots mocht zijn op je land. Dat je nog de VOC en de WIC mocht vieren als grote voorbeelden van een geslaagde handelsgeest. De jaren vijftig, dat waren nog eens tijden! De tijd van de opbouw na de oorlog, toen we het hadden over hoe erg die fascisten waren geweest die zoveel mensen hadden meegevoerd naar werk- en vernietigingskampen. Dat was pas erg en er was niets ergers dan dat! Hoe durven mensen dat te vergelijken met slavernij.
“Zonder die slavernij hadden die zwarten het nu niet zo goed gehad,” had hij tegen zijn dochter gebriest en met geheven wijsvinger: “En nu zijn wij ineens de kwaaie pier?! Het is niet eerlijk!”
En voor ze weer wat kon zeggen: “Als het ze hier niet bevalt, gaan ze maar weg! Dit is ons land en er mag niets veranderen!”

In de spiegel ziet hij zijn gezicht weer vertrekken van woede. Oh nee, niet boos kijken. Dat verpest de schmink, al die rimpels. De natte schmink voelt koud aan op zijn huid. Je moet er wat voor over hebben. En dan ook nog je gezicht stilhouden om het te laten drogen. Dat pakje zit ook niet lekker maar ook dat offer brengt hij graag. Terwijl hij zijn gezicht verder zwart verft, neuriet hij “Zijn knecht staat te lachen, hij roept ons reeds toe”.
Voorhoofd, neus, wangen, Gerard wordt steeds zwarter. Nog even en hij herkent zichzelf niet meer. Hij oefent alvast zijn teksten. “Jullie braaf geweest? Piet kindjes snoepjes geven.” Kin, hals, nek. “Wie stout is de roe.” Klaar. Hij tuit zijn lippen en brengt de rode lippenstift aan, trekt een grimas. De man in de spiegel lijkt nu op een blackface minstrel uit de VS. Ook al zo'n mooie traditie die is afgeschaft.
Nu de pruik. Zijn vrouw staat klaar met de kraag. “Gelukkig geen metalen band zoals die kindslaven,” grapt ze. Gerard kijkt haar een moment verbaasd aan en aarzelt even voor hij zegt:

“Zie je wel. Het heeft er allemaal niks mee te maken!”


- door Joke Kaviaar -

11 november, 2017

Hangen aan een touw of over een schouder

Hans Vermeulen ruste in vrede.

Capital punishment


North Canadian paradise - het origineel is onvindbaar gemaakt, maar een cover is zeker een eerbetoon: Nite People


De vreselijke introductie laat ik toch maar staan. Dankzij YT kom ik er achter dat de Sandy Coast ook als coverband is begonnen - een alleszins acceptabel versie van Sorry she's mine van de Small Faces. Kende ik nog niet van hen.


I see your face again, het nummer waarvoor het al genoeg zou zijn geweest om het bestaan van Sandy Coast te rechtvaardigen wat mij betreft.

06 november, 2017

Maakt men revolutie voor het ziekenfonds?

Behalve dat ik een paar keer in mijn achterste geknepen werd door dames die waarschijnlijk wat wilden bijverdienen (of zou het een Russische manier van aandacht zoeken zijn?) had ik alleen contact met de gids. Hetgeen voor bijna alle leden van het gezelschap gegolden heeft. Ik moet mij nog steeds zelf knijpen - ik heb het echt gezien: een auto met Brezjnjew op de voorbank die razendsnel over het Rode Plein reed ("zonder bewaking?!" zei de gids verbaasd, hij had het ook gezien). Op weg naar de ergens in de buurt gevangengehouden top van de Tsjechoslowaakse partij. De overval had een paar dagen voor mijn reis plaatsgevonden.
De reis was een cadeau voor het behalen van het eindexamen geweest. Gids: "wat leer je op middelbare school bij jullie?" Het belangrijkste dat ik van gymnasium-alpha te melden had waren Grieks en Latijn, en de drie moderne vreemde talen. "Vijf talen? Misschien moeten jullie revolutie maken." Ik wist nog niet dat ik tot de laatste der Mohikanen behoorde die verplicht de drie grote buurtalen moest leren, naast de zware last van Griekse en Latijnse proza en poëzie. De Mammoetwet als revolutie?

"Daarvoor maak je geen revolutie," oordeelde ik streng, want op die leeftijd weet je alles. Wat waren nu de echte verworvenheden? De gids somde op: ouderdomspensioen; onderwijs voor iedereen; zorg bij ziekte. "Dat hebben wij ook allemaal," kon ik tegenwerpen. Erg goed uitleggen waar het voor nodig geweest was kon de gids niet. Dus dat kon allemaal zonder revolutie. Klopt dat, Hubert Smeets? Zouden er zonder Russische Revolutie geen sociale voorzieningen zijn geweest? Het is moeilijk na te gaan - nu ze gesloopt worden is er geen "reëel-socialistisch" tegenwicht, op Cuba na zo ongeveer. De macht moest het proletariaat wel wat kluiven toegooien om het kalm te houden, anders zouden ze ook revolutie maken. Smeets in NRC-Handelsblad is echt niet de enige die zo redeneert en het lijkt wel of er verband is want de schaamteloosheid van de heersende klasse die Bezuinigen en Privatiseren predikt en intussen zichzelf verrijkt zonder tegenprestatie ("job creators" is het ideologische praatje in de VS en Engeland, alsof het echt zo is) gaat alle perken te buiten. Maar wordt om die reden het equivalent van de Bastille of het Winterpaleis bestormd?

Smeets gooit er een quasi-historisch-materialistische verklaring tegenaan, waarom de Sowjet-Unie in korte tijd ineengestort is: "ze" hebben de derde industriële revolutie gemist. Dit is een flauwekulargument: de planeconomie hing juist van computermodellen aan elkaar. De Tweede Wereld was verder in informatietechnologie dan de Eerste. Wat de heersende orde heeft doen instorten in Midden- en Oost-Europa was het ongeloof in het eigen verhaal dat de macht zelf ondermijnde. Waarom zou men een autoritaire "orde" accepteren die niets meer te bieden had dan "het westen"? Bovendien had de Sowjet-Unie de oorlog in Afghanistan verloren. En achteraf kunnen we vaststellen dat de USSR niet op oorlog was ingesteld zoals de VS dat is met zijn wereldomvattende netwerk van bases en Humanitaire of Antiterroristische Actie. De Verenigde Staten zijn een oorlogsmachinerie waarvoor het niet uitmaakt of zij verliest of niet: de Macht maakt toch wel winst door het militarisme en wapenverkoop.

Er wordt veel gepraat over revolutie dezer dagen. De Macht staat te kijk als een hypocriete eigen-wetten-ontduikende billenknijpende kaste, maar daar is de Macht nog niet mee weg. Morgen is de Russische Oktoberrevolutie honderd. Er is in geen velden of wegen een partij te ontwaren die de weg wijst naar een wereld zonder uitbuiting van mens en natuur. Anarchisme en radencommunisme willen van zo'n partij ook niet weten. Dit lijkt mij nog steeds terecht. Het vervangen of breken van de Macht is het sluitstuk van een proces dat toch al gaande was, in Frankrijk 1789, in Rusland 1917, in de Tweede Wereld 1989-91. Het is ook zeker waar dat de Macht niet meer in zichzelf gelooft, met zijn kletspraatjes over Wilhelmus, de vlag en zijn VOC-mentaliteit (om het even bij Nederland te houden). Maar wat er tegenover te stellen? Moet men daarvoor bij Lenin te rade gaan?
(Weggevertje van wat ik als antwoord zie: jazeker, maar allesbehalve bij Lenin en zijn geestverwanten alleen).

04 november, 2017

Geen droevig lied voor mij


No sad song, Helen Reddy


Don't sing no sad song for me, Sorrows


No sad songs for me, De Walker Brothers coveren de Springfields.
Wie het hier droog bij houdt is reddeloos...
Ik ken dit in de eerste plaats van de Four Pennies, een versie die niet te vinden is op YT, net zo min als het origineel.

03 november, 2017

Een massaslachting die ook voorbij lijkt

Op warme zomeravonden heb je de ramen en eventueel deuren open, maar wel lampen aan. De filosoof Antoon Vloemans, die onder veel meer een titel Het leven is heilig op zijn naam heeft staan, schreef het in de vroege dagen van de elektrische verlichting: het is te vroeg om vast te stellen wat voor invloed de massaslachting onder insecten deze lichtbron aanricht. Op die warme dagen komen van onbekende plaatsen allerlei wemelende vliegende beestjes af, die zich meestal dodelijk verwonden aan de bron van licht en warmte. Kleine flinterdunne mugjes in allerlei kleuren, of juist de grote langpootmuggen, die echt niet komen zoemen of steken (moet je er meteen bij zeggen), het zijn nooit de "lastige" insecten die op die lampen afkomen.
Een paar dagen geleden schreef Trouw-redactrice Leonie Breebaart over de ontmoeting met die zwermen in de Cevennen, een jaar of dertig geleden.

Als we de buitenlamp ’s nachts aandeden, zwermde een onvoorstelbare variëteit aan motten en muggen naar de verlichte muur, plus een weelde aan voor mij ondefinieerbare wezens. Je zou er bang van kunnen worden. Maar het observeren van die bewegende vacht van gevleugelden en geleedpotigen, zoemers en snorders, kruipers en vliegers riep bij mij vooral ontzag op, herinner ik me. Je keek ernaar als naar een wonderbaarlijke, hoogontwikkelde inheemse cultuur. Je bent er te gast, je wordt getolereerd.

Veel van die ongekende insecten zullen prooidieren zijn van vleermuizen, gierzwaluwen en ander in de lucht rondvliegend en etend gewerveld gedierte. Als luchtlagen in de nacht dalen en de kunstmatige lichtbron aangaat is het tijd voor de ontmoeting met deze beestjes.
Of "is het"...? Ben ik alleen als ik vaststel dat die avondlamp in zomerse dagen niet zoveel leven meer aantrekt? Blijkbaar heeft de massaslachting waar Vloemans voor vreesde elders plaatsgevonden.
En dan - is de collectieve verleiping al zo ver gevorderd dat mensen de spectaculaire en waarneembare afneming van insecten allesbehalve erg vinden? Onder het motto: wie zit er te wachten op vliegen, muggen, wespen of kevers? Het zou best eens kunnen.
Het leven is voor heel velen niet zo heilig.

02 november, 2017

Leeszaal West, Rotterdam

Als u zich net als ik afvraagt wat George Monbiot bedoelt met het Rotterdamse initiatief dat van onderaf vormgegeven wordt: Leeszaal West.

01 november, 2017

Het Nieuw Neederlands Volkslied


Vanaf deze week leren kinderen het Wilhelmus op school. In naam van de koning, het nationale racisme en de koloniale verheerlijking! Hier is de nieuwe tekst:

NEEDERLANDS VOLKSLIED
(Uit het hoofd leren verplicht!)

't Wilhelmus zullen we stouwen
in kinderhoofden en -bloed
Om 't vaderland te behouwen,
moet er soms iemand dood
Op driekleur en 't oranje
ben ik zo gefixeerd
Ons landje van Kokanje
heb ik zo aangeleerd.

Uit vrees met vreemden te leven,
hebben wij dit bedacht
Ze moeten wel verdreven
van 't land, uit alle macht
En wie zal ons verleren
de haat als instrument?
De rug zal ik hen keren
't Gelijk zijn wij gewend.

Geloof ons en bewapen
je voor ons handelsvloot
Ons nationale graaien
heeft menig mens gekooid
Aan ons is het te geven
het recht om te bestaan
Wie niet voor ons wil beven,
met die is het gedaan.

We zullen ons bevrijden
Aan ons is alle macht
Kolonies die we leiden
Aan ons is alle pracht
Gehouden om te eren
ons Gouden glorietijd,
zal ik dit lied wel leren
als een plichtmatigheid.

Joke Kaviaar