26 maart, 2024

Van Ban-de-bom naar bepleiter van de bom

 

Roel van Duijn is onmiskenbaar de bekendste anarchist van naoorlogs Nederland. Bekend van Provo, Amsterdam Kabouterstad, de PPR in vroege dagen, de Groenen en laatstelijk – een keuze waar ik hem niet in kan volgen – GroenLinks (de liefde lijkt mij ook niet wederzijds). Het is altijd aardig te bedenken dat hij niet als “achtenzestiger” aangeduid kan worden, want Provo was eerder en zijn acties onder de vlag van Ban de Bom nog eerder.

Ja, die Bom… Het lijkt wel bijna onopvallend te gebeuren dat er mee gedreigd wordt, en dan vanuit Moskou, dat in reëel-socialistische tijden de mond vol had van Vrede en natuurlijk zou men van daaruit nooit als eerste de Bom gooien. Maar Poetin is geen communist, in feite nooit geweest, het geloof was de kameraden al enkele decennia na de Tweede Wereldoorlog ontvallen. En Poetin dreigt wel degelijk met de Bom – eerst bij de agressie tegen Oekraïne, inmiddels ruim twee jaar straffeloos aan de gang. Al dreigend slaakt hij nazi-achtige kreten tegen onafhankelijke staten als Letland, lid van de EU en de NAVO, en de vraag dient zich aan: zal de NAVO een wereldoorlog wagen ter verdediging van Letland? Heeft de NAVO nog toekomst, als namens Moskou de fascistische charlatan Trump later dit jaar weer ten troon wordt geheven in de VS?


Het kwam al in de biografie van Roel van Duijn ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag aan de orde: van Provo tot NAVO. Dezer dagen pleit hij in dagbladen en in zijn nieuwste boek voor versterkte aparte Europese atoombewapening, ter afschrikking van dictator Poetin. De Werdegang is goed te volgen en eerlijk gezegd weet ik ook niet wat er tegen in te brengen. Een revolutionaire ommekeer in Rusland, zit het er in?

Het nieuwste boek van Roel is een parallelle vertelling: zijn liefdesgeschiedenis met een Russische vrouw, die geen liefhebster is van Poetin maar achter haar in Rusland wonende kinderen staat die wel achter Wladimir Wladimirowitsj staan. De oorlogszucht van Poetin wordt gevolgd naast het liefdesverhaal: Tsjetsjenië, Georgië, Oekraïne – niet pas sinds 24 februari 2022, maar al sinds de Maidanopstand van 2014: de annexatie van oostelijke provincies en de Krim. Als de dochter van zijn Russische vrouw trouwt met een agent van Poetin is dit het einde van het huwelijk: zijn vrouw distantieert zich niet van Dochter. Zoals gezegd, het verhaal van de dreiging van Poetin wordt afgewisseld met de liefdesverwikkelingen van liefdesverdrietconsulent Van Duijn. Hij neemt na de scheiding contact op met een (toen jonge) Duitse vrouw die hij ontmoet heeft bij de Nieuwmarktopstand van 1975, met wie het moeiteloos alsnog aan raakt, een kleine vijftig jaar later. Ik zou er bijna jaloers van worden, indachtig mijn verliefdheden van die tijd. Maar dat was toen.

Terloops vernemen wij dat Roel Amsterdam verlaat voor Zutphen, wat misschien zijn nieuwe uitgever verklaart. Weg uit Amsterdam, en voor de Bom? Het hakt er op in, maar ik zeg het maar ronduit: het doet niet af aan mijn begrip voor de schrijver.

Lees het, als documentatie van de wording van een oorlog die al langer aan de gang is dan “de media” ons voorhouden.

– Roel van Duijn, Schoonvader van Poetins geheim agent – tien jaar oorlog en liefde. Zutphen: Walburg Pers, 2024. 423p., €29,99

Internationale anarchistische solidariteit

 Voor het lezen (na aankoop zelfs!) van Geestverwanten van Domela Nieuwenhuis (2023) van Arend Hazekamp moet je je ‘in onze kringen’ omstandig excuseren, en eigenlijk is er ook geen genade denkbaar. ‘Onze kringen’ hebben de mond vol van liefde, maar er zijn meer uitzonderingen dan zekere objecten te vinden. Ach, ‘onze kringen’.

Maar ik heb het gelezen, Het recenseren heb ik overgelaten aan een trotskistische kameraad die tot de gedupeerden van het kampeerterrein in Appelscha behoorde. Bij alle bezwaren die er tegen de schrijver worden aangevoerd kan ik alleen maar zeggen: het is goed dat de anarchistische beweging in het noorden van Nederland, waar zij verreweg het grootst was (is?) in haar hoogtijdagen, in kaart is gebracht. Een register van namen en onderwerpen zou het boek wellicht te dik gemaakt hebben maar ook stukken bruikbaarder.


In wat waarschijnlijk terecht als de nadagen van de grote beweging in Nederland gezien wordt, de tijd van de Spaanse Burgeroorlog, wordt het Fonds Internationale Solidariteit (FIS) ingesteld, beheerd door Theo Harsman. Die ging ook in de vroege jaren zeventig, toen de Federatie van Vrije Socialisten voor een lichte opleving van het anarchisme in Nederland zorgde, nog over de knip.

Begin 1973 werd het moeizaam voortbestaande Ierland Bulletin omgezet in een blad, gewijd aan onderdrukking en revolutionair verzet in Europa, onder redactie van Frank Rutten en schrijver dezes (Walter Tilligen en Frits de Boer, we moesten logischerwijze onder pseudoniem schrijven). Het heette Repressie Revue, toegezegd werd dat het batig saldo per maand (de geplande verschijningsfrequentie) zou worden overgemaakt naar het Fonds voor International Solidariteit.

Het blad werd hier al eens genoemd. De geschiedenis van het blad is een apart verhaal dat ik hier en nu niet ga vertellen. Hier werd al het een en ander uit de doeken gedaan. Toen ik in de zomer van 1974 definitief genoeg had van de Federatie van Vrije Socialisten in het bijzonder en het georganiseerde anarchisme in het algemeen werd ook de band tussen het blad en het Fonds voor Internationale Solidariteit verbroken, wat ik op zich betreurde. Het toenmalige vrije socialisme verkruimelde allengs, er was het Noordelijk Gewest, waar Theo Harsman bij hoorde, de zwenkende Federatie (ook daarover later misschien meer) en niet te vergeten de kring rond het blad De AS.

Mijn boosheid over die o zo solidaire kameraden werd nog aangevuurd doordat vanuit de afdeling Amsterdam van de Vrije Socialisten een blad gewijd aan onderdrukking en revolutionair verzet in Europa werd opgericht, alsof het iets nieuws was. De naam Solidariteit vond ik een hoon, gezien het gemak waarmee ik uit de geschiedenis was weggewerkt, maar goed, ik hield mij intussen bezig met de Portugese revolutie en de afwikkeling van het kolonialisme van Portugal, flink verwijderd van het georganiseerde anarchisme. Ik lees in de inventarisatie op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis dat de opbrengst van de verkoop van het blad ten goede kwam van het Fonds voor Internationale Solidariteit. Het Fonds lijkt verder in de mist van de nabije geschiedenis te verdwijnen.  Ik hoop dat dit bij wijze van oproep een antwoord op de vraag; ‘Wat is er van geworden?’ gezien kan worden en het verhaal kan worden afgesloten.