05 december, 2018

En toen was de Kerk zomaar (weer) relevant

Op twitter, dat mij dezer jaren wakker maakt en houdt in de ochtend, las ik voor mijn vertrek een twiet van een of andere ChristenUniemijnheer die het had over zoveel goeds van de coalitie en de fopmotie (zo noemt hij het!) over het kinderpardon, die mede door toedoen van zijn partij werd weggestemd. Natuurlijk, de verhoging van de btw is veel belangrijker dan zo'n "pardon" voor vierhonderd kinderen met bijbehorend gezin.
Met de juiste dosis kwaadheid geladen ga ik op pad, ik zal ze zwepen met het geuzenlied dat spreekt van verzet tegen de Overheid. De protestante Kerk in Nederland is gebouwd op dit verzet, en op vlucht uit wat door de oorlog België zal worden, en Frankrijk.



Maar in het Liedboek in de Bethelkapel komt dit lied, Gezang 414, niet voor. Wel allerlei van Huub Oosterhuis.
Niemand in de kapel zelfs kent het lied. Tenslotte leest iemand het voor vanaf zijn telefoon. Ik ga het echt niet in mijn eentje zingen, ik denk ook niet dat ik stemvast kan zijn zo alleen in een zaal. De kracht van het lied ligt deels in de gezamenlijkheid.
Het speciaal door mij opgestelde Liturgiekanaaltje op Youtube krijg ik niet aan de praat in de Bethelkapel. De WiFiverbinding hapert. Laat dan maar.
Deze tegenslag bepaalt de verdere gang van zaken. Maar laat ik eerst zeggen wat mij hier brengt.

In de Bethelkapel in Den Haag wordt ononderbroken dienst gehouden ter ondersteuning van het kerkasiel van het Armeense gezin Tamrazyan. De VVD-staatssecretaris die verantwoordelijk is voor hun beoogde uitzetting, ondanks het tot drie keer toe door rechters bevestigde verblijfsrecht, mag wel in een interview snotteren dat hij toch ook een mens is, maar vijf mensen blijven hier schuilen. Het is net geen onderduiken, vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week is er dienst aan de gang in de kapel. En men kan daar bij aanwezig zijn, en men komt van heinde en verre. Aanwezigen en voorgangers v/m. Ik las ergens over "driehonderd linkse dominees" die de dienst aan de gang houden. Voor het publiek dat deze kwalificatie tot zich neemt dient dit ongetwijfeld als diskwalificatie gelezen te worden, stel je voor dat het zomaar dominees zijn (er is ook een rabbijn geweest, en pastoors doen ook af en toe dienst).

Het rooster is ongeveer gevuld tot de eerste zondag van Advent, en dat is knap. Of mijn optreden als onafgestoffeerd vrijzinnig dominee echt nodig was zal ik niet weten, maar ik heb mij aangemeld op grond van mijn ervaring als hagepreker bij allerhande wakes (het "grenshospitium" is het toepasselijkst hier). Voor de gelegenheid ben ik begonnen Easy essays van Peter Maurin te vertalen, die stof tot overdenken en gesprek opleveren (lang niet allemaal, kom ik al vertalend achter).
Mijn voorganger-voorganger spreekt hartige taal over gekozen potentaten als Trump, Bolsonaro, Orbán en Duterte, die zich ook allemaal op het christendom beroepen en flinke steun uit die hoek krijgen. Dit is eigenlijk ongelooflijk. En ik hoef het niet meer te zeggen. Nu ik dit opschrijf bedenk ik dat het in een estafettedienst eigenlijk wel zou moeten en kunnen.

Hoe het komt weet ik niet, maar ik kan mij maar moeizaam in de zaal verstaanbaar maken. Heb toch ervaring met Spreken in het Openbaar: behalve die hagepreken noem ik de Bilwettournee van 1994-95, lezingen en radiowerk. Als er gelachen wordt in de zaal (dat kan heel onverwacht zijn om iets wat je zelf heel serieus vindt) weet je dat men hoort, dat men luistert en dat het doordringt. Dat valt mij hier in de kapel moeilijk. En lachen is helaas niet aan de orde. of wel?
Ik volg het roomse rooster van de dag, het bevat als responsorium zowaar Psalm 23.
Nederlandse "iconische cultuur", en natuurlijk "kosmopolitisch" zoals het hoort bij Cultuur:



Een van de Schriftlezingen is een passage van de Brief aan Titus waarin opgeroepen wordt gehoorzaam te zijn aan de zittende overheid. Een gelegenheid om de zaal te vragen wat men hiervan vindt. Want deze estafettedienst is tenslotte verzet tegen die overheid. Welnu, iemand in de zaal zegt dat er wel wijsheid bij die overheid moet zijn. Ik hoef daar niets aan toe te voegen.

En eigenlijk is het mooi anarchistisch dat mijn verhaal over Peter Maurin en de Catholic Worker vanuit de zaal wordt afgekapt met de wens te zingen. Iemand stelt een lied van Oosterhuis voor.
Zingen is dubbel bidden - is die niet van Augustinus? Ik heb slechts een lied op het programma, dus op dit punt neemt de zaal de liturgie ter hand. Wonderlijk, weinig van wat ik gepland heb komt echt naar voren en tegelijk heb ik niet het gevoel van Mislukking dat ik zou kunnen hebben bij het stuklopen van mijn Plan.
Het is een Mooie Mislukking doordat de niet ruim gevulde zaal het heft in eigen handen neemt. En eigenlijk hoort het zo, zeker in de vroege Kerk, en waarom nu niet weer hier?
En van anarchisme zal niemand meer schrikken hier. Mijn makker David Rovics heeft zowaar ook opgetreden in de estafettedienst.



Mijn voorganger-voorganger vraagt aan de zaal wat de aanwezigen hierheen heeft gebracht. Ik ben een van slechts twee responderenden. Voor het eerst in jaren, zeg ik, heb ik het gevoel dat de Kerk relevant is door deze actie. De dienstdoende dominee vindt dat mooi gezegd.

Tot mijn spijt heb ik degenen om wie het gaat - maar het gaat om meer, hier, tenslotte, ook al geldt het koran- en talmoedische woord "Wie een mens redt redt de hele mensheid" - niet of nauwelijks gesproken. Misschien net voldoende. De drie kinderen zitten een tijdje bij de dienst.
In de opvangruimte geeft Hayarpi mij een strookje waar de url van haar site op vermeld staat. Ik ben aan de beurt, moet warmlopen voor het voorgaan dus daar blijft het bij. Haar zus - wier naam ik niet weet en die ook niet vermeld wordt - zet, vernomen hebbend van mijn verstaanbaarheidsprobleem, een statief neer voor een microfoon. Dank.
Hayarpi's meditaties staan hier.

Het zou mij werkelijk verbazen als op den duur het regime niet toe zal geven aangaande dit gezin, zoals met Lili en Howick. Of Mauro. En ieder los kind moet telkens weer voor de poort van de uitzettingshel weggesleept worden want het regime luistert naar de lelijkste Stem van het Volk.
Volgend jaar Kerstviering in Tilburg, Hayarpi en de jouwen!

- Bethelkapel, 24/7 dienst, Thomas Schwenkestraat 28-30, Den Haag.

Vanuit de diepten heb ik geroepen...

Zo'n veertig jaar geleden waren er de "Kerkmarokkanen": verblijvend en slapend in de Mozes-en-Aäronkerk in Amsterdam. Het idee was dat de kerk een vrijplaats was waar de politie niet zomaar binnen kan breken. Toch moest er dag en nacht gewaakt worden. Ik kan niet zeggen dat je er als waker goed sliep (je lag bij de deur in je slaapzak, om de politie te woord te staan, "als ze komen in de nacht"). Waarvoor moesten "de Marokkanen" schuilen? Ze hadden gewerkt in Nederland, netjes zoals vereist alles wat af te dragen is aan de overheid afgedragen (of het was ingehouden door de baas), maar ze verbleven hier "illegaal". Dat kon dus zo, in Nederland, in 1978. Een van hen heeft zelfmoord gepleegd, de resterenden mochten tenslotte blijven. Maar daar is heel wat bij komen kijken.
Iets dergelijks is nog eens gedaan, toen sprak men van "witte illegalen".
Ook was er het fenomeen van de "christen-Turken" die ook asiel in een kerk zochten tegen uitzetting. Want asiel kregen ze niet, daar komen "Turken" bijna nooit voor in aanmerking. Net zo min als Marokkanen trouwens.

Het punt was: de "christen-Turken" waren geen "Turken". Dit speelt ook in de jaren zeventig, en De Telegraaf had in die tijd een heel behoorlijke correspondent voor het Midden-Oosten, Harry van Mierlo. In enkele boeken heeft hij uit de doeken gedaan wie die "christen-Turken" eigenlijk waren: Syrisch-orthodoxen, van wie de meesten een moderne variant van het Aramees spreken. Voor toeristische doeleinden moet over die taal altijd gezegd worden dat het de taal is die Jezus sprak. Tja, dan wel zo'n 1950 (pakweg) jaar geleden, kun je dan over dezelfde taal spreken? In ieder geval: de Syrisch-orthodoxen (Kerkturken was ook een woord dat gebruikt werd) zijn geen Turken, ook geen islamieten en zij spreken een semitische taal die net als hun belijden gemarginaliseerd is in het Nabije Oosten.
Ook de "Kerkturken" zijn gelegaliseerd. Sommigen zijn als "gastarbeiders" uit Turkije gekomen, anderen op de vlucht voor vervolging die officieel niet bestaat want iedereen is Turk in Turkije volgens de opeenvolgende regimes.

Er is naar wat ik zelf heb gezien (en in een geval waarbij ik heb meegewerkt) dus nogal wat aan kerkasiel verleend de afgelopen decennia. De gedachte is dat wie in een kerk schuilt niet zomaar opgepakt mag worden. Een kerk is een gewijde, men kan ook zeggen heilige, ruimte waar wie op de vlucht is veilig hoort te zijn. Het moet dan natuurlijk wel duidelijk zijn dat de asielzoeker (in dit geval gebruik ik het woord zonder nare gevoelens) niets misdaan heeft. Is dit wel zo, dan zal de asielverlener moeten zeggen dat de kerk niet bedoeld is om mensen straf te doen ontlopen.
Ja, ik kan raden wat u bij deze laatste zin denkt. Wat ik kan raden is deel van wat ik dezer dagen de maatschappelijke irrelevantie van de kerk, nee de Kerk met een hoofdletter, zou noemen.

Het christen- of religieus anarchisme/socialisme waar ik mij uit interesse en zeker ook betrokkenheid mee bezighoud, al vele jaren inmiddels, is niet gebonden aan een kerk. Maar wel aan de Kerk, de ene heilige algemene van de apostolische geloofsbelijdenis. (Ja, er is ook islamitisch anarchisme, joods anarchisme enzovoort, maar ik houd het nu even bij de Kerk - er kan geen misverstand over bestaan dat deze naar volgelingen van Jezus van Nazareth verwijst, in welke gedaante ook. Wie niet aangesloten is bij een kerk behoort nog altijd wel tot de Kerk).

En toen was er het gezin Tamrazyan, dat asiel zocht in een "zware" kerk in Katwijk, maar daar tenslotte weg moest omdat het niet als blijvende oplossing voor hun vluchtsituatie gold. Op de vlucht voor het Armeense bewind en voor het Nederlandse, de kinderen mogen beslist als "geworteld" beschouwd worden - drie rechterlijke uitspraken zijn er waar de onvermijdelijke staatssecretaris steeds op ons aller kosten tegen in beroep gaat onder gezeur over aanzuigende werking en Nederlander worden willen ze allemaal en dat gaat zomaar niet.
Al drie weken geniet het gezin asielonderdak in de Bethelkapel in Den Haag, onder de hoede van een dominee die kennis heeft mogen maken met de Baudetbende. Er is een doorlopende, vierentwintiguursdienst aan de gang, zeven dagen in de week, sinds 29 oktober. Want als "ze" komen, wat de VVD graag wil, dan toch zeker niet tijdens een eredienst. "Ze" hebben, zogenaamd atheïstisch en al, tenslotte de mond vol van hun christelijke cultuur, brutaalweg nog uitgebreid tot joods-christelijke cultuur, nietwaar.

02 december, 2018

Portfolio 34: Slootjes - As in de wind - Tijdwinst die een eeuwigheid duurt

Slootjes

In kinder- of prepuberjaren, toen door de omgeving zwerven een avontuur was, bezocht ik vaak een slootje bij de joodse begraafplaats Zeeburg, in de buurt bekend als Jodenmanussie. Je kon een netje erdoorheen halen en de vangst in een emmertje of potje bekijken.
Er zat vaak een piepklein visje bij dat, tot mijn nu nog aanwezige spijt, schielijk overleed. Geen idee wat voor soort visje het kon zijn.
En verder kronkelden er muggenlarven. Hun op hen lijkende poppen bewogen dan weer niet. Een enkele larve van een waterkever. Posthoorn- en poelslakken. Rugzwemmers of bootsmannetjes (dat "of" hoort er altijd bij als je het dier benoemt).
Als ik nu in de sloot achter mijn datsja kijk zie ik nauwelijks diertjes zwemmen.

As in de wind

Moedeloos haal ik de vuilniszak weer naar boven. Het is woensdagavond, niet donderdag.
Dronken studentachtige types lopen langs, brallend: Niemand weet, niemand weet dat ik Repelsteeltje heet.

Ik mag van slag zijn, al met al. Mijn zus heeft gebeld dat zij kanker heeft, zij ziet niets in bestraling of chemotherapie en laat weten dat er niemand bij haar crematie moet zijn. Een maaltijd in familiekring na afloop. Uitstrooien van de as in nader aan te geven kluft (zij is net zo gehecht aan de streek als ik, die mijn nom de plume er elders aan ontleend heb). Zij blijkt al eerder gebeld te hebben, boodschap met snik. Die vanavond ontbrak.

Mijn grote zus hoort er gewoon te zijn. Maar neen.

Tijdwinst die een eeuwigheid duurt

Het geschiedde in die dagen dat ik werkte in Overveen en de zomeravonden/-nachten doorbracht in mijn huisje aan de duinrand in Egmond-Binnen. Er was een goede treinverbinding tussen Haarlem en Castricum, de rit op de fiets tussen het station en het huisje was goed om het werk af te schudden en de vrijheid van natuur in de duinen te beleven.
Dan die ochtend waarop er een trein iets voorbij het perron stilstond en het verkeer was stilgelegd. Ik kon niet naar mijn werk. Vernam dat een jonge vrouw "nog net even" tussen de spoorbomen door een trein had willen halen. De beoogde tijdwinst betekende de eeuwigheid.

Ik belde dat ik door overmacht niet op kantoor kon komen. Een onbedoelde vakantie.

Portfolio 33: Het lied voor de twaalfde augustus - Een bekentenis

Het lied voor de twaalfde augustus

Zo jong
Wat zul je nu voor ons achterlaten
Je danst maar een poosje op deze aarde
En al drijven je dromen je driftig voort
Ze zullen vervagen als de beste jeans van je pa

Spijkerbroekblauw dat vervaagt in de lucht
Al wil je dat hij eeuwig blijft bestaan
Je weet dat het niet zal gebeuren
En de lapjes maken het afscheid maar zwaarder

Er komt nooit een betere kans om van gedachten te veranderen
En als je deze wereld beter wil zien
Draag je de woorden van liefde met je
Vlieg je op de grote witte vogel hemelwaarts
En al wil je eeuwig duren
Je weet dat het niet zal gebeuren
En het afscheid maakt de reis nog zwaarder

Een bekentenis

Hello, I love you, won't you tell me your name.
Ik heb het altijd een tamelijk krasse tekst gevonden, van iemand zeggen dat je van hem of haar houdt, terwijl je de naam van de ander niet eens weet. Enfin, het komt ook voor in Ain't that loving you baby: je weet mijn naam niet eens.
Bijna veertig jaar na de dag besefte ik dat ik wel degelijk zelf zoiets aan de hand heb gehad: een wederzijdse liefdesverklaring terwijl ik haar naam niet eens wist. Daar ga je met je strenge oordeel over anderen.
Die verklaring gebeurde terwijl we wel al innig verstrengeld voortschuifelden op Oh very young van Cat Stevens. Voor de gelegenheid hier voor u vertaald in 120w.

Portfolio 32: Wat een dekmantel! - Pardon, dit was werkelijk niet de bedoeling

Wat een dekmantel!

We fietsten over de brug en plots kwam het in mij op langs te gaan, zonder plichtplegingen, met veelbezongen Vriendin. Mijn moeder vond het goed, maar waarschuwde wel dat Kraanvogel op visite was. "Nee kom nou maar," wimpelde zij mijn terughoudendheid weg.
Kraanvogel was de naam die mijn vorige vriendin, een studiegenote van haar, aan haar had gegeven.
Mijn moeder vond Kraanvogel nou precies een geschikte vriendin voor mij. Ik dacht daar anders over. Kraanvogel roddelde zelf dan weer dat zij zeker wist dat ik op mannen viel. Hoe zij dat wist?
Daar waren we dan, mijn mooie warme Nieuwe Vriendin in een zomers tanktopje dat haar schoonheid extra onderstreepte.
Kraanvogel maakte een knorrend gnuifgeluid.
"Wat een dekmantel" betekende dat.

Pardon, dit was werkelijk niet de bedoeling

April mag dan de wreedste maand zijn, augustus heet de stilste.
Geen matineuze zang van merels op het dak, vogeltjes die de Lof van Hun Schepper zingen.
(Ik moet denken aan een opstel van Godfried Bomans waarin alle voorgestelde opstelonderwerpen verwerkt werden. Als de wind de zeilen bolt. En nu de ramen open. De robot herkent trouwens geen verbuiging).
Wel hoor ik door die open ramen af en toe een Turkse tortel of een houtduif. De haan kraait op de onmogelijkste ogenblikken van de dag.

Maar wat heet rustig, op het gebied van vogelzang. Eksters, kauwtjes, Vlaamse gaaien en kraaien zingen dat het een aard heeft. Wie ontkent dat dit zingen heet voeg ik toe: het staat u niet fraai.

Portfolio 31: Echte Roma- en Sintisaus - Heilige cijfercombinaties - Die ochtend in oktober

Echte Roma- en Sintisaus

Het kan er natuurlijk aan liggen dat ik echt nooit, maar dan ook nooit naar Nederlandse televisie kijk. Af en toe voor wat sporten een kanaal met helaas Nederlandse reclame. Reclame is precies de reden waarom ik die televisie (om van de radio niet te spreken) aan mij voorbij laat gaan. En die sportzender leert mij dat de reclame er alleen maar stompzinniger op is geworden..

Hawaii is ananas. Mexico is maïs. Voor iets Russisch moet je een R spiegelen, alsof dat niet een heel andere letter is. En zo had je dan "zigeuner". Dat was paprika. Eet men nog wel zigeuner in Nederland?

Goulash met echte Roma- en Sintisaus! Hoort u het ze zeggen? Toch een stukje vooruitgang dan.

Heilige cijfercombinaties

Er zijn heilige cijfercombinaties die waarschijnlijk voor maar weinigen heilig zijn. 27 is er zo een, de hoogstgenummerde tramlijn van Amsterdam. Op een eerlijke manier zal er wel geen hoger nummer komen.
En dan grootwagennummers, vooral van bijwagens. De 717 zien rijden maar ook de 727. De 777 is natuurlijk het mooist. Het genot van de fraaigeschilderde nummers heb je overigens alleen als je ze ziet rijden. Als je er in zit (in mijn levensjaren kwam het meestal op staan neer, want je moest tot je eenentwintigste opstaan) is het weer anders. Misschien de geur van pasgelakt hout, en anders van het hout zelf. Het moeilijke zitten op langsbanken, naar elkaar kijken.
"Volgende halte alstublieft" vragen aan de bestuurder.
Knikje.

Die ochtend in oktober

Het was een vertrouwd geluid, als ze de hoek omsloegen bij het Javaplein maakten de blauwe motorwagens een gierend geluid. Het hoorde bij een vertrouwde wereld die een jaar of zeven bestond. In mijn vroegste schooljaren reed ik twee haltes met lijn 5 naar het Weesperplein, dan over op lijn 10 naar het Timorplein, de halte bij school. Lijn 10 had andere motorwagens dan lijn 5, waar het verschil van afhing zou ik pas later vernemen. De een had nummers in de 400, hoger dan 445 om precies te zijn, de ander had 300-en. Heilig, zoals de tekst "Heldhaftig, vastberaden. barmhartig" die ik steeds las bij het voorrijden van lijn 5.

En op die oktobermorgen 1963 was het gieren voorbij.

Portfolio: God: teddybeer of brombeer?

God is liefde, of een lieverd – kan Hij nog echt boos zijn? De vereniging van theologen binnen de Protestantse Kerk in Nederland Op Goed Gerucht boog zich gisteren tijdens de studiedag God is boos! over die vraag.
   - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  
Als gangmaker van het debat over de vraag naar de (on)mogelijkheid van een boze God dezer dagen was socioloog/schrijver Herman Vuijsje uitgenodigd, die zich uitdrukkelijk als atheïst profileert maar interesse toont in ontwikkelingen rond geloof of religie.
In zijn nieuwste boek Tot hiertoe heeft de Heer ons geholpen, stelt hij dat God steeds meer gehumaniseerd is tot een zoetige mensvormige massa die niet ver meer afstaat van de leegte van het ietsisme. “God is mens geworden in het diepst van Zijn gedachten,” stelde Vuijsje. Het monotheïstisch christendom wekt de indruk een intermezzo te zijn tussen het polytheïsme (dat overigens echt woedende goden kent) en het ietsisme.

Omgekeerde bedevaart



Vuijsje vindt dat het christendom zijn core business moet uitdragen, richtlijn moet zijn voor de moraal. De Kerk dient de deugd van de verontwaardiging te koesteren en voor gerechtigheid op te komen. De Kerk zou ervoor moeten waken dat God niet langzamerhand vervaagt tot de status van kerstman die de banaliteit van het goede belichaamt. Het christendom hanteert een lineair tijdsbeeld: de tijd heeft een duidelijke richting, die van de voleinding, terwijl het polytheïsme en het ietsisme een cyclische tijd kennen. Het ietisisme streeft nergens naar, het heeft geen verhaal, het is niks.

Naomi Klein


Godsdienst filosoof en theoloog Pieter Huiser, predikant te Lemmer, volgde namens Op Goed Gerucht Vuijsje als spreker. In zijn referaat stelde hij dat de Kerk de woede van God in ere moet herstellen. Dit klinkt paradoxaal, want de consensus wil tegenwoordig dat God liefde is, een boze God is niet christelijk en een onchristelijke God kan niet. Maar het verhaal van de boze God moet doorgaan: Christus heeft de wisselaars niet de tempel uitgejaagd met zachte overreding en vermanend vriendelijke woorden. De navolging van Christus ligt in de woede – Huiser vermeldde als inspiratie voor de combinatie liefde en woede opmerkelijkerwijze de anderglobalistische schrijfster Naomi Klein.

Snoezelruimte

Het pauzeprogramma bestond hetzij uit een bezoek aan de Snoezelruimte des Geloofs of de Darkroom der Verdoemenis. Gedoken of beter nog liggend in hartvormige kussens in jaren-zeventig-stijl kon men kijken naar een video van pastoor Fons uit het diepst van Limburg. De OGG-predikanten lagen hierbij te rollen van het lachen, de verslaggever moet bekennen de humor niet opgemerkt te hebben – ook niet met terugwerkende kracht toen de pastoor een rol van Arjan Ederveen bleek te zijn. De Verdoemenis bestond uit een donderpreek van een rechtzinnig klinkende dominee tegen Mient-Jan Faber als strijder tegen kruisraketten, een kleine kwarteeuw geleden.

Ideale kerk

De discussie naar aanleiding van de inleidingen bleek uit te lopen op een reeks vragen die eigenlijk niet te beantwoorden waren. Wat kan het morele voorbeeld van de Kerk zijn, stelde een predikante die haar gemeente in Amsterdam-Noord in luttele jaren had zien slinken tot enkele tientallen mensen van boven de zeventig – Herman Vuijsje moest zich naar haar mening hierover geen illusies maken.

Geconcludeerd kon worden dat Vuijsje een ideaaltypische Kerk voor ogen had die in de realiteit niet (meer) bestond. Dit leidde tot de vraag of het zin heeft de Kerk woede te laten uitdragen. De meeste discussianten zagen hier evenwel ook voor de Kerk zoals deze nu is wel een taak, maar het is de vraag of de Kerk thans niet hoofdzakelijk gevormd wordt door goedwillende mensen.

Bureaucratisering

Een vragenstelster die de woede concreet gericht wilde zien tegen de bureaucratisering onder de vlag van managerdom, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, kreeg de aanwezigen niet enthousiast mee. Ook de kwestie of de Kerk het vraagstuk van de seksuele moraal nu echt moet overlaten aan de evangelicalen werd niet beantwoord. In het algemeen bleef de keuze tussen God als boze brombeer of als lievige teddybeer dus nog tamelijk open.

Dit open einde werd als het ware al aangekondigd in het liturgische gedeelte van de bijeenkomst in de kapel van het protestantse conferentieoord Hydepark in Doorn. Psalm 83, gedeelten van het Requiem van Mozart, het lied De wijze woorden en het groot vertoon kunnen als ondubbelzinnig geduid worden. De pop-uitsmijter, symfonisch rocknummer Take a bow van Muse is evenwel een dubbelzinnig open-eindenummer. De geboden link is een keuze – ook deze woede kan echter alle kanten op.
Het was hem opgevallen op zijn omgekeerde bedevaart, van Santiago de Compostela naar Amsterdam – hij vond dat hij het als atheïst zo moest doen – dat God  steeds liever werd afgeschilderd naarmate hij noordwaarts vorderde (“hoe noordelijker hoe slijmeriger”). Hij ging tijdens de bedevaart wekelijks naar de mis, maar toen hij in Bergen op Zoom de pastoor hoorde zeggen: “Beste mensen!” werd het hem te veel. Op het niet ver vandaar gelegen Tholen kon hij tenminste nog hartige hel en verdoemenis vernemen na deze ervaring.

- News4all, 26 januari 2008

Portfolio: Remonstrantse jongeren: “Jezus is van ons”

Zaterdag hield de remonstrantse jongerengemeente Arminius haar beraadsdag in Bussum onder het motto: Jezus is van ons! Een strijdbare leuze die door de inleiders van harte  werd afgewezen.
   - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 
“Jezus is van ons klinkt nogal evangelicaal en dat doet mij denken aan jongens met een gitaar,” zei uitgerekend genodigde Andries Knevel, en hij kon vervolgens wijzen naar twee broers met gitaar, die het liturgische gedeelte van de bijeenkomst begeleidden.

EO-coryfee Knevel was gevraagd om een christologisch-biografische inleiding die in het openbaar getoetst aan en vergeleken zou worden met die van remonstrants wijsgerig-theoloog Johan Goud. Knevel schetste zijn achtergrond als afkomstig uit bevindelijke hoek, christelijk-gereformeerd. Op zijn vijftiende was hij voor zijn gevoel uitgekeken op de Kerk en dit veranderde weer na wat hij noemde zijn bekering: een maandagochtend in oktober 1971. Wat deze bekering inhield preciseerde hij niet nader, wel dat hij van studie veranderde (van economie naar theologie). 

Calvijn

Als zijn tweede bekering noemde hij zijn verwerking van een passage in Calvijns Institutie, waardoor hij op een hoog-christologisch standpunt uitkwam: het was God zelf die aan het kruis genageld werd op Golgotha. Het grote mysterie van het geloof is dat in de gestalte van Jezus Christus God zelf op aarde heeft rondgelopen. Een derde wending vond plaats rond zijn veertigste, toen hij koos voor de evangelicale theologie, de Engelse richting die maatschappelijke verantwoordelijkheid beklemtoont, of zoals hij het noemde: post-conservatief evangelicalisme. De leuze “Jezus is van ons” wees hij als lage christologie van de hand. 

Twijfel

Op dit punt kon Johan Goud met Knevel instemmen. Goud vond dat men ten hoogste kan zeggen dat Jezus van of voor iedereen is, maar niet “van ons”. Zijn achtergrond was het rationalistisch protestantisme van anitrevolutionaire snit, dat hij ook omstreeks zijn vijftiende achter zich had gelaten toen de twijfel toesloeg. Maar ook Goud kon nog een tamelijk precies moment aanwijzen waarop de twijfel aan de twijfel toesloeg (een inzicht dat hij in een café kreeg als student) en hem de zekerheid van de liefde in de wereld duidelijk werd.

Hij koos voor de remonstrantse richting en werd predikant. In dit ambt wordt hij naar hij zei wekelijks gedwongen zich het geloof concreet gefundeerd voor te stellen, zonder deze wekelijkse inzet zou hij niet voort kunnen. Jezus was voor hem een voorbeeld van wijsheid en moed, zoals de remonstrantse geloofsbelijdenis zegt (in de vernieuwing waarvan Goud zelf de hand heeft gehad): Jezus is het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. En: Jezus leeft aan Zijn dood en de onze voorbij. Vanaf Maria die het lege graf aantreft op de ochtend van Pasen zijn mensen ten opzichte van Jezus onvermijdelijk altijd te laat.

Opstanding


Maar over het belang van de opstanding konden Goud en Knevel elkaar niet vinden. Knevel vond het gegeven van Jezus’ fysieke opstanding essentieel: “Als het niet waar is stop ik er mee.” Het is niet voor niets het onderwerp van een kwart van de evangeliën, en het is goed en onoplosbaar dat de wereld van de mens en die van God niet met elkaar kloppen.

Goud bracht hier tegenin dat onmiskenbaar driekwart van de evangeliën niet over de opstanding gaan en dat de handelingen en leringen van Jezus voor dat ene kwart niet zomaar opzij geschoven kunnen worden. Voor de remonstranten als vrijzinnige stroming is twijfel aan de historiciteit van de opstanding toegestaan, iets wat Knevel juist niet erkende: de historische papieren van het christendom in het algemeen en van de evangeliën in het bijzonder zijn volgens hem sterk. Goud legde zich neer bij de slotsom van Albert Schweitzer in diens Geschichte der Leben Jesu-Forschung: als een onbekende en naamloze komt Jezus tot mij.

Eigendom

Vanuit de zaal, gevuld met zo’n vijftig remonstrantse jongeren, was de belangrijkste reactie op de inleiders een verdediging van de uitdrukking “Jezus is van ons.” Dit beoogde een afscherming ten opzichte van juist de evangelicale richting te zijn, die in haar optreden zich vaak gedraagt alsof Jezus haar speciale eigendom is. Voorganger van de jongerengemeente Tom Mikkers evenwel vond de uitdrukking klinken alsof Jezus in een kooi opgesloten werd, en wees deze dus ook af.

- News4all, 11 februari 2008

Portfolio: Martha kiest haar deel

Hexakosioi hexakonta hex - het is ongeveer de standaard- gymnasiale weergave van het getal dat genoemd wordt in Openbaring 13:18, het getal van to therion, het (wilde) dier, meestal Het Beest genoemd.
    - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Als gymnasiast leer je het tamelijk lelijk uitspreken, in de tijd dat de schrijver van de Openbaring leefde zou het bij benadering al uitgesproken hebben kunnen worden op zijn Nieuwgrieks, Exakosii exakonda ex.
Maar beeft en siddert bij de Nederlandse schooluitspraak van dit cijfer. Want wat horen wij? Precies - wij laten ons niet foppen door die klassieke letter x: hier worden heksen aangeroepen, wat ik je brom.

Het kwaad ligt op de loer. En als je iets meer weet van vergelijkende taalwetenschap en van de geschiedenis van het Grieks, dan weet je dat de spiritus asper, de 'letter' waarmee de cijferreeks begint die met een h wordt weergegeven, in feite historisch gesproken een s-klank is. 

Veertig dagen

Sexakosioi sexakonta sex - het wordt steeds erger, niet? Sexakosioi, nou vooruit, maar wat daarna volgt... Ga je mond spoelen! Beter nog: doe het maar eens veertig dagen zonder (ook een veertigdagentijd - weet je tenminste zeker dat de betrokkene aan niets anders meer zal denken).

De schrijver van de Openbaring had uiteraard de vooruitziende blik dat in talen die bij lange na nog niet bestonden, omdat de toekomstige sprekers nog wat volksverhuizingen voor de boeg hadden, de woorden die deel uitmaken van dit cijfer zulke vreselijke dingen zouden aanduiden.

Als je naam zoiets als 'Gezegende van God' betekent, dan weet je dat. Heks, seks, ex... Ook wist de alziende schrijver dat uit India via de Arabische wereld de cijfers in Europa de vorm zouden aannemen zoals ze er nu geschreven worden (anders dus dan in India en de Arabische wereld), dus als driemaal 6.
 
6-6-2006

En tenslotte wist de profeet met vooruitziende blik de uitvinding van de christelijke jaartelling te voorzien, in wat toen vanzelf de zevende eeuw werd (de veertiende eeuw na de stichting van Rome), en alle herzieningen en bijstellingen, inclusief de nummering van de maanden - zodat op 6 juni 2006 onbekende hoeveelheden mensen zaten te bibberen en te rillen, of blij uitkeken naar of voor...

Tja, waarnaar? Waarvoor? Het probleem ligt er natuurlijk al in dat er mensen op het Boek der boeken beuken en stellen dat het van kaft tot kaft Gods woord is, alsof niet tradities en concilies bepaald hebben wat er in zou staan, maar dat via de pen van Johannes van Patmos God zelf aan het schrijven was. Of je denktdat de Johannes van Openbaring dezelfde is als die van het evangelie is niet terzake. 
 
Bijgeloof

Je kunt je schouders optrekken, je kunt redeneren, zoals ik het hierboven doe, je kunt er grappen aan besteden, maar eigenlijk is het iets om intens treurig van te worden. Reken maar dat het gezicht van het christendom ook juist naar buiten toe - en blijkbaar ook onder mensen die zich christen
noemen - bepaald wordt door zoveel kleingelovigheid en bijgeloof dat er toe drijft het getal 666 te vermijden.

Enfin, Opwekking 666 die er dankzij de website Goedgelovig toch door is gekomen, heeft in ieder geval geleid tot een nederpoplied, uitgevoerd door.. eh.. Ahtram Ahtram. Kopen kun je het niet, dus of ze nu echt het beste deel hebben gekozen? 

- News4all, 10 januari 2008

Portfolio: Mercy, Mercy, Mercy

Twee onlangs gestorvenen in een klap: Joe Zawinuls Mercy mercy mercy, gespeeld door Ike Turner, in Montreux in 2002 (vermoedelijk). Een crossoverhit uit de jazzwereld die ik nooit hoor, als ongewenst gouwe-ouwenradio tot mijn oor doordringt.




Joe Zawinul is op 11 september jongstleden overleden. En woensdag 12 december is Ike Turner gestorven op 76-jarige leeftijd.
Ook in een verder heel aardig verhaal uit  NRC-Handelsblad moet toch even vermeld worden dat hij niet alleen de man van Tina was, maar dat zij ruimschoots heeft laten weten dat hij haar mishandelde. Vergeven, laat staan zeventig maal zeven maal vergeven – het is weinigen gegeven.

- News4all, 13 december 2007