26 mei, 2016

Lentebeeld 2016 - Barbarakruid en vlier

Vooralsnog niet geïdentificeerd. Een kweekvariant van korenbloem mischien
Voorlopig vastgesteld  als stijf barbarakruid
De eerste bloeiende vlier, althans voorzover door mij waargenomen

25 mei, 2016

De aanval op Johnston, 1962

Op 9 juli 1962 werd boven het Pacifische eiland dat Johnston genoemd wordt hoog in de lucht een waterstofbom van 1,45 megaton tot ontploffing gebracht. Dit om te illustreren hoe vredelievend en bereid tot het verdedigen van Our Freems de VS onder Kennedy waren. Een eerdere proef mislukte, maar had natuurlijk wel nucleaire neerslag tot gevolg. De flits is van Hawaii tot Nieuw-Zeeland te zien geweest.
Een jaar later werden bomproeven in de atmosfeer bij verdrag verboden.

Een film van de proef.

24 mei, 2016

Inwortelen: de arbeidsfilosofie van Simone Weil

- door Johny Lenaerts -


Ontworteling

In de Parijse manuscripten (1844) had Marx uitgelegd dat in het kapitalisme de arbeider bij zichzelf niet thuis is: hij is een ‘vervreemd’ wezen. Simone Weil spreekt over de ‘ontworteling’ van de arbeider in de loonarbeid. ‘Bernanos heeft geschreven dat de hedendaagse arbeiders toch geen immigranten zijn zoals die van Henry Ford,’ schrijft Simone Weil. En ze repliceert hierop: ‘Het belangrijkste maatschappelijk probleem vloeit voort uit het feit dat ze in zeker opzicht wèl immigranten zijn. Alhoewel ze geografisch op dezelfde plaats blijven, werden ze in moreel opzicht ontworteld, verbannen en uit goedmoedigheid opnieuw aanvaard, maar dan als werkvee. Werkloosheid is uiteraard een nóg grotere ontworteling. Ze zijn niet thuis in de fabriek, noch in hun woning, noch in de partijen en de vakbonden die zogezegd voor hen bedoeld zijn, noch in de ontspanningslokalen, noch in de intellectuele cultuur indien ze zich daarmee vertrouwd zouden willen maken.’ Dit sluit nauw aan bij wat Marx zei over de vervreemde arbeid: ‘hoe meer de arbeider zich uitput in zijn arbeid, des te machtiger wordt de vreemde, objectieve wereld die hij tegenover zichzelf voortbrengt, des te armer wordt hijzelf, zijn innerlijke wereld, des te minder behoort hem in eigendom toe.’

Marx stelt dat de arbeid de arbeider uiterlijk is,‘dit wil zeggen, niet tot zijn wezen behoort, dat hij zich bijgevolg in zijn arbeid niet bevestigt maar verloochent, zich niet gelukkig maar ongelukkig voelt, geen vrije lichamelijke en geestelijke energie ontwikkelt, maar zijn lichaam uitput en zijn geest ruïneert. (…) De uiterlijke arbeid, de arbeid waarin de mens zich ontledigt, is een arbeid van zelfopoffering, van zelfkastijding. Tenslotte treedt de uiterlijkheid van de arbeid ten overstaan van de arbeider aan het licht in het feit dat de arbeid niet van hem maar van een ander is, dat hij hem niet toebehoort, dat de arbeider in de arbeid niet zichzelf maar een ander toebehoort (…) zo is ook in de activiteit van de arbeider niet zijn zelfwerkzaamheid. Zij behoort een ander toe, zij is het verlies van hemzelf.’

In de arbeid, zegt Marx, ervaart de arbeider de arbeid als ‘de activiteit van de passiviteit’, zijn persoonlijke leven ervaart hij als ‘een tegen hem zelf gekeerde, van hem onafhankelijke, hem niet toebehorende activiteit’. Marx noemt dit zelfvervreemding. Simone Weil heeft het over ontworteling, maar beiden bedoelen ze hetzelfde.

Mijn ideaal: arbeidsvreugde

Simone Weil: ‘Mijn ideaal ziet er als volgt uit: een beschaving waarin de arbeid het belangrijkste middel tot opvoeding betekent. Ik heb het over fysieke arbeid. De opvatting van de Grieken was net het tegenovergestelde; voor hen was opvoeding enkel mogelijk via de vrije tijd. Zolang men geen middel zal gevonden hebben om de arbeid af te schaffen, impliceert deze opvatting noodzakelijkerwijs de slavernij; een afschaffing die volgens mij zeer waarschijnlijk gerangschikt moet worden bij de eeuwige beweging van de ongeloofwaardige dromerijen. Niet enkel leg ik me er niet vrijwillig bij neer de slavernij als een absolute noodzaak te aanvaarden, ik meen daarenboven dat er in de arbeid een grootsheid schuilt waarvan men het equivalent zelfs niet kan vinden in de hogere vormen van een werkvrij leven: ik bedoel daarmee een leven dat gevrijwaard is van een direct productieve arbeid.’ Het is Simone Weils betrachting dat de arbeiders in de arbeid een zekere mate van vreugde mogen beleven, hetgeen een noodzaak is om hun waardigheid als mens terug te vinden en als gelijke met de ander te kunnen omgaan. Simone Weil verzet zich tegen een maatschappelijk model dat gebaseerd is op het onderscheid tussen een arbeidssfeer die noodzakelijk en slaafs is, en een sfeer van de vrije tijd. In 1934 bekritiseert Simone Weil La révolution nécessaire van Aron en Dandieu. Deze auteurs herinneren er aan dat het ware doel van elke revolutionaire beweging erin moet bestaan het individu te bevrijden van elke vorm van maatschappelijke onderdrukking, en voornamelijk van de twee vormen van onderdrukking die momenteel op hem uitgeoefend worden: door de staat en de fabriek. Al diegenen die, of ze zich communist of socialist noemen, er zich toe beperken die twee onderdrukkingsvormen te verenigen door de industriële productie te onderwerpen aan de staat, zijn organisators van de onderdrukking en geen revolutionairen. Ondanks enkele interessante citaten van Bakoenin, zegt Simone Weil, blijft hun essay zwak en is het weinig overtuigend.

‘In hun visie volstaat het de sfeer van de automatische activiteit volkomen te scheiden van die van de scheppende activiteit, hetgeen volgens hen des te gemakkelijker is omdat de eerste sfeer dankzij de technische vooruitgang haast tot nul kan herleid worden. De ongeschoolde arbeid zal niet langer door enkele ongelukkig en gedurende heel hun leven uitgeoefend worden, maar gedurende enkele jaren “burgerdienst” door alle jongeren; de rest van het leven zou gewijd worden aan geschoolde arbeid en vooral aan de vrije tijd, want Aron en Dandieu zijn grote bewonderaars van Het recht op luiheid van Lafargue. Deze ongeschoolde industriële arbeid zou een zeer gecentraliseerde organisatie kennen, en het krediet in dit domein zou exclusief in de handen van de staat berusten. In het domein van de creatieve activiteit zou daarentegen alles tot in het uiterste gedecentraliseerd, organisatie en krediet zijn, en deze zou zijn echte functie vervullen door de initiatiefgeest en de durf aan te wakkeren. Deze sfeer van geschoolde arbeid zou helemaal berusten in de handen van het vakgenootschap, die samengesteld wordt door iedereen die aan de productie deelneemt, met uitzondering van de handarbeiders, die enkel onderworpen worden aan zijn controle. De productie zou ten dienste staan van de consumptie, de staat ten dienste van het vakgenootschap, en de economie ten dienste van het spirituele.’ Het Franse volk zou volgens de auteurs uitverkoren zijn om deze revolutie te realiseren.

Het enige originele idee van dit boek ligt volgens Simone Weil in de scheiding van de productie in twee afzonderlijke sferen die op een diametraal tegengestelde wijze zouden georganiseerd worden. Dat is een volkomen onwezenlijk idee, stelt Simone Weil. ‘Geschoolde en nietgeschoolde arbeid worden onontwarbaar in de schoot van het bedrijf met elkaar verbonden. Wat de vakgenootschappen betreft, die zouden noodzakelijkerwijs in hun structuur de bestaande hiërarchie van het bedrijf overnemen, omdat deze hiërarchie beantwoordt aan de huidige eisen van de productie; ze zouden zich in de handen van de bedrijfsleiders bevinden, en hun bestaan zou niet in staat zijn het deel initiatief en individuele creatie te verhogen. Het idee om alle ongeschoolde arbeid te laten verrichten via een zeer korte “burgerdienst” lijkt ook denkbeeldig; de auteurs baseren zich op een statistiek uit 1900 maar ze weten niet dat sedertdien het aantal ongeschoolde arbeiders aanzienlijk toegenomen is; overigens vereist de ongeschoolde arbeid in de fabrieken geen leertijd, maar het vereist, en dat is in de moderne productie misschien het vreselijkste, een aanpassing van het organisme aan het ritme van de machines; ten slotte is er ook reden om aan te nemen dat deze arbeid, uitgeoefend in een bevelsstructuur, zo slecht mogelijk zal uitgevoerd worden. Maar indien zelfs een dergelijke “burgerdienst” zou kunnen gerealiseerd worden, dan zou het er in feite alleen maar op uitlopen dat de staat een ongehoorde macht over het economische leven zal verkrijgen; en, omdat enkel een zeer beperkt gedeelte van de bevolking bijgevolg verantwoordelijke functies in de productie zal bekleden, zullen al de anderen, overgeleverd aan een demoraliserende luiheid, gereduceerd worden tot de toestand van menselijk vee. Kortom,indien men ernstig een dergelijke opvatting zou proberen toe te passen, dan zouden we simpelweg komen tot de versmelting van de politieke en de economische macht, dit wil zeggen tot een “totalitaire staat” of tot een technocratisch regime; maar dat is nu net wat Aron en Dandieu bovenal willen vermijden. Maar we weten dat de weg naar de hel met goede bedoelingen is geplaveid.’

Waaruit bestaat bijgevolg voor Simone Weil het probleem? ‘Als men op z’n minst de ogen wil openen, dan is het wezenlijke probleem van onze tijd gemakkelijk te benoemen, alhoewel het helemaal niet gemakkelijk zal zijn om het op te lossen. De productie wordt meer en meer gecentraliseerd, meer en meer gebureaucratiseerd; de onophoudelijke verhoging van de algemene kosten verhindert de bedrijven dat op hun eentje aan te pakken; ook de ruil,die vroeger haast automatisch via vraag en aanbod geregeld werd, vereist momenteel een bureaucratische coördinatie; de rol van de arbeiders in het bedrijf is steeds minder actief; alles leidt naar een groeiende centralisatie van de economie en naar een hechtere samenwerking tussen de economische en de politieke macht. De enige waarborg voor de vrijheid zou bestaan in de decentralisering van het economische leven, de controle van de werking van de bedrijven door de massa’s, het verhogen van de vakbekwaamheid van de arbeid; maar dat alles veronderstelt een totale transformatie van de structuur van het bedrijf, en bijgevolg van de techniek.’ In 1934, als Simone Weil deze bedenkingen neerschrijft, is ze erg pessimistisch. ‘Dit probleem is misschien onoplosbaar,’ schrijft ze, ‘het is in elk geval zeker dat het momenteel ieders vermogen overstijgt; op zijn minst moeten we er ons van bewust zijn.’

Opnieuw wortel schieten

‘Men zal de proletarische omstandigheden niet uitschakelen met juridische maatregelen, of het nu gaat om de nationalisering van de sleutelindustrieën of om de opheffing van het privébezit of door een grotere macht toe te kennen aan de vakbonden in de onderhandelingen voor collectieve arbeidsovereenkomsten, of door fabrieksvertegenwoordigers, of door controle op de tewerkstelling. Alle maatregelen die men voorstelt, of ze nu een revolutionair of een reformistisch etiket dragen, zijn louter van juridische aard, en het is niet op het juridische vlak dat het onheil van de arbeiders zich situeert of dat de remedie voor dit onheil kan gevonden worden.’‘Over het algemeen betekent een hervorming die oneindig veel groter is dan alle maatregelen die onder het etiket socialisme plaatsvindt, een transformatie in de opvatting zelf van het technisch onderzoek. (…) Niet enkel denkt men niet aan het moreel welzijn van de arbeiders, hetgeen een veel grotere inspanning van de verbeelding zou vereisen; maar men denkt erzelf niet aan hun leven te sparen. (…) Men denkt er evenmin aan zich af te vragen of de nieuwe machine, die de greep van het kapitaal en de onbuigzaamheid van de productie zal vergroten, niet het algemene gevaar van werkloosheid zal verergeren. (…) Indien er nochtans met een onweerstaanbare kracht een zekerheid uit de studies van Marx tevoorschijn treedt, dan is dit dat een verandering in de klassenverhoudingen een zuivere illusie moet blijven indien ze niet gepaard gaat met een transformatie van de techniek, een transformatie die gekristalliseerd wordt in nieuwe machines.’

De ontwikkeling van een automatische machine, reguleerbaar en multifunctioneel, zou volgens Simone Weil de arbeiders een grotere arbeidsvreugde kunnen geven, hetgeen noodzakelijk is om hun waardigheid als mens te herstellen en hen een groter moreel welzijn te garanderen. De eerste verwezenlijkingen in dit domein bestaan reeds, zegt ze, en het is volgens haar zeker dat er in die richting zeer grote mogelijkheden schuilen.‘Maar het essentiële is het idee zelf de problemen met betrekking tot de repercussies van de machine op het morele welzijn van de arbeiders in technische termen te stellen. Eens dat de problemen benoemd zijn, rest de technici niets anders dan ze op te lossen. Ze hebben zoveel andere problemen opgelost. Het is enkel nodig dat ze het willen. Daartoe is het nodig dat de plaatsen waar men de nieuwe machines ontwerpt niet meer helemaal ingeschakeld zijn in het netwerk van de kapitalistische belangen.(…) Tot nu toe hebben de technici niets anders voor ogen dan de behoeften van de fabrikanten. Moesten ze altijd de behoeften van degenen die fabriceren voor ogen hebben, dan zou de ganse techniek van de productie langzaamaan omgevormd worden.’‘Indien het grootste gedeelte van de arbeiders hooggekwalificeerde vakarbeiders zouden zijn, die dikwijls hun kennis en initiatief zouden moeten aanspreken, verantwoordelijk zijn voor hun productie en hun machine, dan zou de huidige arbeidsdiscipline geen enkele bestaansreden meer hebben. Sommige arbeiders zouden thuis kunnen werken, andere in kleine werkplaatsen die dikwijls op een coöperatieve wijze zouden kunnen georganiseerd worden. (…) Dergelijke werkplaatsen zouden geen kleine fabrieken zijn, maar industriële instellingen van een nieuw type, waar een nieuwe wind zou kunnen waaien; alhoewel klein, zouden ze met elkaar erg sterke organische banden kunnen smeden om samen een groot bedrijf te vormen. Ondanks alle tekortkomingen bezit een groot bedrijf een bijzonder soort poëzie die door de arbeiders momenteel erg gesmaakt wordt. (…) De onderdanigheid zou niet langer een elke seconde vereiste onderworpenheid zijn. Een arbeider of een groep arbeiders zou een bepaald aantal taken binnen een bepaald tijdsbestek moeten uitvoeren, en een vrije keuze hebben in de regeling van het werk. Dat zou iets anders zijn dan te weten dat je eindeloos dezelfde opgelegde beweging moet herhalen, tot op de seconde nauwkeurig, waarna een nieuw bevel een nieuwe handeling voor een ongekende tijdsspanne oplegt. Er bestaat een zekere relatie tussen de tijd die aan levenloze dingen moet besteed worden en een tijd die aan denkende wezens moet gewijd worden. Het is verkeerd die met elkaar te verwarren.’

‘Kortom, de opheffing van de proletarische toestand die vooral bepaald wordt door de ontworteling, komt neer op de taak om een industriële productie en een mentaliteit te vormen waarin de arbeiders thuis zijn en zich ook thuis voelen.’‘Grote fabrieken moeten afgeschaft worden. Een groot bedrijf zou samengesteld worden uit een montagewerkplaats die met een groot aantal kleine werkplaatsen verbonden is, waarin elk één of meerdere arbeiders werken, verspreid over het platteland. Deze arbeiders, en niet de specialisten, zouden om beurt, gedurende een bepaalde periode, in de centrale montagewerkplaats werken, en deze periodes zouden een feest moeten betekenen. De arbeid zou er slechts een halve dag uitgeoefend worden, de rest zou besteed moeten worden aan het ontwikkelen van vriendschapsbanden, aan de ontplooiing van een bedrijfspatriottisme, aan technische conferenties om elke arbeider de precieze functie bij te brengen van het voorwerp dat hij produceert en de moeilijkheden die door het werk van de anderen overwonnen worden, aan aardrijkskundige conferenties om te leren waar de producten die men helpt produceren naartoe gaan, wie er gebruik van maakt, in wat voor milieu, in wat voor dagelijks leven en menselijke atmosfeer deze producten een plaats krijgen, en wat voor plaats ze krijgen. Daar zou algemene cultuur aan moeten toegevoegd worden. Naast elke centrale montagewerkplaats zou er een arbeidersuniversiteit moeten voorzien zijn. Ze zou directe banden moeten onderhouden met de leiding van het bedrijf, maar er niet het bezit van zijn. Machines zouden geen eigendom van het bedrijf moeten zijn. Ze zouden moeten toebehoren aan de kleine werkplaatsen die zowat overal verspreid liggen, en deze zouden op hun beurt, hetzij individueel, hetzij collectief, de eigendom van de arbeiders zijn. Elke arbeider zou daarenboven een huis en een stuk grond moeten bezitten.

- L'enracinement kan hier online gelezen worden.

23 mei, 2016

Het stille verdwijnen van lijn 24

Wat mij betreft in het geniep is de Amsterdamse tramlijn 24 op 11 mei jongstleden opgeheven, zogenaamd tijdelijk, maar om het metrolijntje vol te krijgen dat de macht "Noord-Zuidlijn" noemt en aanbeveelt als een toekomstige verworvenheid, zal het wel definitief zijn. Minder dan tien jaar na de verlenging naar het VU-ziekenhuis is, na broederlijn 25, alweer een ooit-zeer-drukke tramlijn in Amsterdam zonder excuus beëindigd.
De lijn van mijn zonnedansdromen, die plotseling op het Rokin verschijnt, met een "blauwe wagen" van lijn 25 er achter.

22 mei, 2016

Ouanalao, vergeten slavenkolonie

Saint-Barthélémy kwam ik tegen toen ik cijfers zocht van vrijgelaten slaven in de negentiende eeuw, bij de officiële afschaffing van de slavernij. De eerste verrassing was dat het een Zweedse kolonie was gedurende het grootste deel van de negentiende eeuw. Zweden heeft zijn partij meegeblazen in de "transatlantische handel", in mensen dus. Ongelooflijk maar waar: het eiland is genoemd naar de broer van Columbus, Bartolomeo, die vast geen heilige is geworden in de Kerk van Rome, al kun je nooit zeker weten. Het eiland is sinds een aantal jaren het juk van Guadeloupe ontlopen staat hier in de taal voor ongetwijfeld de belangrijkste langskomende toeristen. Dit zegt niets over slavernij, wel over gewelddadige indianen, blijkbaar nig in de zeventiende eeuw, die vervolgens uit de geschiedenis verdwijnen. De oorspronkelijk Caribische naam is naar verluidt Ouanalao. Wie zal het bevestigen en uitleggen wat het betekent - het wapen van het eiland lijkt te kiezen voor de betekenis: pelikaan.

Hier een eerlijker verhaal over de slavernij op het eiland, hoe "Europees" de bevolking nu is blijft de vraag. Wat er nog aan zwarte bevolking over was werd in de gaten gehouden, de meesten hebben na de vrijlating het eiland verlaten. Misschien doet het er niet toe hoe groot het "zwarte" aandeel van de bevolking is, "zo'n tien procent?", maar "niets is zeker".
Een makkelijk over het hoofd te ziene slavenkolonie.

21 mei, 2016

De hartepijn wegdansen

We hadden een hele tijd intensief over van alles gepraat in het café en toen luidde het klokje van gehoorzaamheid. Zij vond dat het nogal laat was en ik kon wel bij haar logeren. Misschien zou er een kat op mij springen maar dat zou ik toch niet erg vinden? Nee, ik zou het niet erg vinden maar ik herkende de situatie. De volgende dag was de dag voor Pinksteren, in die dagen nog volop gevierd als Luilak in de vroege ochtend. De galanterie van haar fiets de trap opdragen kon ik opbrengen en toen ik hem had neergezet keek zij mij met grote wat koortsachtig overkomende ogen aan en vroeg of ik echt niet bleef. De oorspronkelijke vorm van de uitnodiging permitteerde mij niet te zeggen dat ik van plan was trouw te blijven. De bank en de katten...
Maar de blik is mij bijgebleven. En - maar dat was aan de toekomst - het gevoel van futiliteit van het trouw zijn. Was ik het niet geweest, wie weet wat voor verhaal er dan zou zijn geweest.



Niet lang ervoor was ik naar het inwijdingsfeest van het huis van twee medestudenten van mijn geliefde ergens in de boerenbuiten geweest. Wij sliepen gescheiden en het werd mij te verstaan gegeven dat ik het niet moest wagen even bij haar te komen. Dan niet, het was toch een soort slaapzaal. Dat die lui zo ruim behuisd waren...
's Ochtends was geliefde vol medeleven met gastheer P. Die had buiten in een tent geslapen, want de gastvrouw, zijn gade, had het bed gedeeld met "haar vriendje". Geliefde vond het vooral zo treurig dat P. wakker was geworden doordat er een slak over zijn gezicht was gekropen. Waar was ik in 's hemelsnaam?

Er was een geheel andere aanleiding wat volgde te beschrijven onlangs, hier. Dus ik pak de draad van daarna op.
Zij was net bij mij aangekomen, we zouden een weekje naar Groningen Stad gaan, een soort vakantie tussendoor. En toen werd ik gebeld, er werd "revolutionaire solidariteit" van mij verwacht in verband met een of ander kraakpand waar ik het verder niet over ga hebben. Behalve dan dat de politie met traangas rondstrooide in de omgeving, dus ik liep als het ware tegen een muur van gas aan die mij op slag een neusbloeding bezorgde. Verder ben ik dan ook niet gekomen. 2 juli 1980.
Thuis ging ik moe en aangeslagen liggen. Zij voegde zich bij mij en had plotseling iets te vertellen.
Ze had met F. geslapen, en dat was heel leuk geweest.
O, F. Haar lesbische vriendin, die haar voor haar verjaardag kort ervoor een soort slavenband had gegeven die zij meteen om een enkel deed. F. en ik haatten elkaar al bij de eerste blik.
En ze had met P. geslapen, dat was ook heel leuk geweest.
Ik zweeg.

Maar P. zou niet verdwijnen. Eerst werd mij verzekerd dat ik er niets van zou merken, niemand kon tussen ons komen. Toen was P. "er ook". Vervolgens was P., met wie het allemaal heel onverwacht gekomen was, ze stonden er allebei van te kijken, en het was heel mooi en zuiver, "liefde" en ik "een warm gevoel".
Al met al, nu ik dit kort samengevat opschrijf, heeft het tien maanden geduurd tot ik per telefoon werd opgezegd. Of dit ook zo was gebeurd als ik niet eerlijk had laten weten intussen zowaar in bed te zijn beland bij mijn vroegere geliefde C. weet ik niet. Iffy history, het doet er ook niet toe.

*

Opgerakelde verhalen zullen er voor gezorgd hebben dat ik afgelopen nacht voor het eerst sinds lang weer eens een nachtmerrie over M. gehad heb. Ik was bij een samenzijn dat men wel als "feest" zal aanmerken, ook in de droomwerkelijkheid, en M. was er ook. Zij negeerde en ontliep mij. P. was er niet, maar ja, hij was "er" nu eenmaal "ook". Van het enorme gevoel van verlatenheid die bijna panisch was dat mij in de droom overviel sta ik nu eens te kijken. Al heb ik wel een idee hoe het gekatalyseerd is.

Staat er ergens geschreven dat men trouw dient te zijn? Aan één persoon? Toevallig wel.
U hebt gehoord dat gezegd is: U zult geen overspel plegen. Ik zeg u echter, dat een ieder die met begerige ogen naar een vrouw kijkt reeds in zijn hart overspel met haar bedreven heeft.

Matth. 5:27-28. Geldt het soms alleen voor mannen?
En al met al, nergens hoeft geschreven te staan dat men een geliefde het in ieder geval niet moet aandoen dat hij of zij op de tweede plaats staat inmiddels, en kandidaat is om verder weggeschoven te worden.

Opschrijven is beter worden. Ik wist niet dat er nog iets moest helen.
Ik ben benieuwd of het wat uitmaakt. Illusie?

20 mei, 2016

Brazilië: het is tijd om te bepalen waar het allemaal op staat

Een staatsgreep in het vijfde land van de wereld, en het nieuws in de gelijkgeschakelde media brengt het als impeachment van een corrupte president. Al valt niet te ontkennen dat de opvolger, de vice-president, pas echt zwaar onder verdenking van corruptie staat.
Over luttele maanden zullen in dit land de Olympische Spelen gehouden worden. Ik heb nog geen spoor van een mogelijke oproep tot boycot vernomen. De financiële belangen bij dit feest van de zogenaamde amateursport in vredelievende competitie zijn te groot. Als het verzet op stoom komt tegen de junta, nu bestaande uit weinig nette witte mannen in net genaamde pakken, in plaats van militaire uniformen, de repressie toeslaat, "er vallen doden in heel het land", dan nog zullen die spelen doorgaan. Zoals de slachtpartij in Mexico Stad van 1968 de spelen niet heeft tegengehouden.

De Partido Trabalhista mag dan het zwarte schaap van de heersende klasse zijn, zij is inderdaad net zo corrupt gebleken als de andere (zij het dus juist niet de president). De oppositie zal zoals het er uitziet georganiseerd worden onder de vlag van het Braziliaanse Volksfront.
Een recente stellingname van de landlozenbeweging in het Portugees kon ik niet vinden, wel, opmerkelijk genoeg, in het Engels.

19 mei, 2016

Elke dag een slagje tegen het kapitaal

Veel over nogal erg weinig, anders kan ik het boek 'Een banier waar geen smet op rust' niet typeren. Geldt dit alleen voor het Nederlandse trotskisme, een engagement dat met het aan De Waarheid ontleende "vele tientallen" wel afdoende geteld is? Elders is het trotskisme waarschijnlijk belangrijker (geweest), en ach, Sneevliet telt niet mee.

Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik een hogere dunk heb gehad van de trotskisten in Nederland voordat ik het boek las dan ik nu na het lezen heb. De gedachte dat de Revolutie voor de deur stond heb ik ook gekoesterd maar ik heb zeker in de jaren zeventig geen ogenblik gedacht dat de Kladderadatsj te danken zou zijn aan anarchisten. Dat denk ik nog steeds niet, maar ik zie dezer dagen wel anarchistisch aandoende actievormen, waarvan evenwel waarschijnlijk niet de Definitieve Omwenteling te verwachten is. Enfin, revolutie is een proces dat ten hoogste op zeker ogenblik politiek bekroond wordt. Nuit Debout wordt bijvoorbeeld in toenemende mate van "anarchisme beticht". Het lijkt mij juist maar het wil niet zeggen dat anarchisten de beweging "beheersen", toch al niet het streven van anarchisten die de naam waardig zijn. Bij de trotskisten geloofde men er zeker in dat zij een belangrijke rol konden spelen, die van Voorhoede, bij een revolutie die niet ver af meer kon zijn - in de jaren tachtig bijvoorbeeld. In de tijd waarin de Buitenuniversitaire Praxis van de studentenbeweging van rond 1970 allang vergeten was ("de fabrieken in") gingen trotskisten plotseling gestudeerd en al achter de lopende band staan. Die had je toen nog, in Nederland...

Een illusiepolitiek waar ik destijds niet van op de hoogte was en die mij nu treft als ongelooflijk onrealistisch, en dat is nog zacht uitgedrukt. Ik had een hogere dunk van met name Ernest Mandel, die blijkbaar steeds te zeer de kans op revolutie waarnam. Ja, ik heb geloofd in bijvoorbeeld zijn idee dat het kapitalisme niet vanzelf sterft (een opmerkelijke organisme-analogie) maar dat het dagelijks slagen toegebracht dient te krijgen. Niet het idee van zich marxist noemenden uit het begin van de vorige eeuw, die zeker wisten dat "het kapitalisme" (weer dat organisme) zijn eigen ondergang wel zou bewerkstelligen en dat men er als het ware met de armen over elkaar naar kon kijken. Op zich een compliment. Trotskisten hadden (hebben) een goed analytisch vermogen op het punt van concrete analyse van de concrete situatie zoals Lenin voorschreef en - moet ik concluderen - een erbarmelijk recept voor actie.

Het trotskisme in Nederland was in hoge mate een aangelegenheid van mannetjes, ik denk dat ik de gehele Voorhoede wel zo'n beetje heb meegemaakt in de jaren zeventig (ik kom er op terug). Als de stroming met de tijd mee moet gaan en wil aansluiten bij de Tweede Golf betekent dit, bedenk ik nu, waarschijnlijk op den duur een realistischer benadering van de eigen rol. De "officiële" trotskisten zijn geen partij meer, de Internationale Socialisten komen niet meer als een door mannen gedomineerde club over. Meer hierover later nog.

- Ron Blom & Bart van der Steen, 'Een banier waar geen smet op rust' - de geschiedenis van het trotskisme in Nederland, 1938-heden. Soesterberg: Aspekt, 2015. 439 p. prijs 24,95. Geen index, wat de bruikbaarheid als naslagwerk bepaald in de weg staat.

18 mei, 2016

Demonstraties in Vietnam verontrusten regime

Foto: Anh Chí
Straatdemonstraties in Vietnam, aanhoudend, nu al in de derde week.
De demonstraties draaien om massale vissterfte aan de centrale kust van het land, die aan giftige industrie wordt geweten: zware metalen respectievelijk plastics. Het regime probeert demonstraties bij voorbaat te voorkomen en sluit Facebook af. Geweld zal evenwel niet zomaar helpen bij deze eerste uiting van opstandigheid tegen een regering die doet alsof er niets aan de hand is of zegt dat er "natuurlijke oorzaken" zijn voor de sterfte. De demonstraties zijn ook niet geografisch beperkt: ze vinden plaats van Hanoi tot en met Saigon.

17 mei, 2016

“We moeten de problemen benoemen” zeggen ze dan. Daar gaan we...

- door Joke Kaviaar -

Het is het credo van deze eeuw: het 'benoemen' van de 'problemen'. Eufemisme voor: racisme is gemeengoed. Met 'problemen' wordt namelijk bedoeld: “De vluchtelingen, de migranten, de buitenlanders, de moslims”, synoniem volgens deze probleembenoemers voor: “Terrorisme, criminaliteit, overlast, dreiging”.

De werkelijke problemen worden intussen niet benoemd. Institutioneel racisme. Fascisme, zowel het sluipende fascisme van de staat als dat van de nazi's op straat. Kapitalisme, de werkelijke oorzaak van 'de crisis'. Het bestaan van staten en grenzen, de oorzaak van het wij-zij denken en vele oorlogen en zogenaamde interventies. Imperialisme. Kolonialisme. Wapenhandel. En natuurlijk: de zondebokpolitiek bedreven onder de noemer van het 'benoemen van problemen', ook wel genoemd: 'vrijheid van meningsuiting'.

Dat dit laatste een selectief begrip is blijkt keer op keer. Zo mag je niet zeggen: “Nawijn is een racist”. De waarheid wordt belediging en leidt tot een veroordeling. Je mag geen posters plakken waarin je stelt dat de opstand in de Schilderswijk een gerechtvaardigde opstand was. Die waarheid wordt opruiing en leidt tot arrestatie en vervolging. Je mag geen posters plakken waarin je zegt dat een bouwbedrijf een gezinsgevangenis voor deportaties bouwt. De waarheid wordt smaadschrift en leidt tot arrestatie en vervolging. Je mag niet zeggen dat je 4 mei niet meer meedoet aan de hypocrisie van de herdenking omdat nazi's weer door de straten mogen marcheren. Die waarheid leidt tot een stormvloed aan dreigementen en beledigingen en de schrijfster van het betreffende facebookbericht durft niet meer alleen over straat. Je mag ook niet zeggen: Zwarte Piet is racisme. Die waarheid is teveel tegen het zere been van de kolonialisme en slavernij verheerlijkende Neederlanders. Bedreigingen en gewelddadig en racistische politieoptreden zullen je deel zijn. Je kunt op valse aangifte voor de rechter worden gesleept om je de mond te snoeren.

Er mag heel veel niet benoemd worden in de tijd van het 'problemen' benoemen. Het grote benoemen waarmee politici en media zich bezighouden is dan ook geen benoemen, het is aanzetten tot haat. Wie echter de haat benoemt, heeft een probleem. Daar is maar een enkel middel tegen, en dat is dat van de vermenigvuldiging. Ofwel, trap je een kakkerlak dood, dan krijg je er veel meer voor in de plaats. En dus...

Ik benoem: Nawijn is een racist. En o ja, Erdogan is een fascist, Ebru Umar een racist en vluchtelingenhater. Hebben we die ook gelijk weer gehad. De bevriende staatshoofden, de populistische zogenaamd liberale politici, zogenaamd socialistische politici, ronduit fascistische politici (allen handen op dezelfde vette buik van gierig Europa) en de rechtsreactionaire columnisten en opiniemakers zijn de helden en martelaren van nu. Teveel om op te noemen. Racisten/fascisten/vluchtelingenjagers, verantwoordelijk voor alle doden in de Middellandse Zee, voor de deal met de Turkse dictatuur die vluchtelingen terug Syrie in schiet, voor de doden in detentiecentra en op straat, voor het verdwijnen van vluchtelingen na hun deportatie, dat zijn mensen als Samsom, Rutte, Dijkhoff en vele anderen voor hen en met hen.

Ik benoem: Een volgende opstand in de Schilderswijk zou meer dan terecht zijn want de racistische (Haagse) politie en diens racistische korpschef Musscher vragen erom. Etnisch ofwel racistisch profileren is er aan de orde van de dag en overigens niet alleen daar. Er valt niets te ontkennen. Zolang jongeren uit migrantengezinnen geen werk kunnen krijgen door discriminatie, lastig gevallen worden op straat door ID vorderende smerissen, sneller en hogere straffen krijgen dan witte Neederlanders, is elke opstand gerechtvaardigd en noodzakelijk. Sluit je mensen uit, en zeg je dat ze zich maar moeten invechten en dat het aan hen ligt als dat niet lukt, dan zal de bom eens barsten. Vergeet je bivakmuts niet.

Ik benoem: Bouwbedrijf De Vries en Verburg heeft een gezinsgevangenis gebouwd op Kamp Zeist en laat daarmee vluchtelingen opsluiten en deporteren en heeft daarom bloed aan de handen. De vluchtelingenkinderen krijgen geen kinderpardon omdat het kinderpardon waar krokodillentranenhuiler Samsom zo trots op is geen pardon is maar een wassen neus met 92 procent afwijzingen waarvoor nog veel betaald moet worden ook. Uitbuiting. Alweer. Gezinnen met kinderen leven dagelijks in angst in de zogenaamde gezinslocaties waar hun leven 24 uur per dag onder zware druk staat. De IND is een afwijsmachine. De Dienst Terreur en Verrek is een deportatiemachine. Die machines moeten het zand in de raderen gestrooid krijgen. De ambtenaren die er werken en bedrijven die helpen de machine te laten draaien, zoals De Vries en Verburg, dienen verantwoordelijk te worden gehouden en aansprakelijk gesteld.

Ik benoem: 4 en 5 mei zijn jaarlijks terugkerende samenkomsten onder het motto: “Vrijheid geef je door”. Maar de vrijheid is alleen voor witte en gedocumenteerde Neederlanders. Neederland en Fort Europa doen met vluchtelingen wat Neederland ook deed met vluchtelingen in de jaren dertig: hen terugsturen naar de dictatuur van een bevriend staatshoofd, en dus naar de dood. Zolang nazi's door de straten mogen marcheren en hun haat verspreiden, en zelfs een krans mogen leggen met een fascistische slogan bij een herdenking is die herdenking geen knip voor de neus waard. Zolang de fascist Wilders en zijn horden al “daar moet een piemel in” roepend zich voordoen als feministen en juist moslima's het grootste slachtoffer zijn van hun islamofobe haatzaaierij, zegt 4 mei me niets. De vrijheidsstrijders die worden herdacht zouden zich omdraaien in hun graf als ze er weet van konden hebben hoe in hun naam de geschiedenis wordt vervalst en herhaald. Wat er toe doet is in het hier en nu fascisme bestrijden, ook en juist het fascisme van de Neederlandse staat en de van racisme doordrenkte samenleving. Niet alleen een bezettende mogendheid kan fascistisch zijn. 'Onze eigen' regeringsleiders stonden en staan ten onrechte buiten elke verdenking. Fascisme en racisme herkennen en erkennen is stap 1. Blijf met je poten af van een ieder die durft te zeggen: “4 mei niks voor mij” want 4 mei is er voor een heleboel mensen niet. Die hebben hun mond te houden, racisme en fascisme te pikken en zich te laten bedreigen en beledigen of erger nog: opsluiten en deporteren. 4 mei is daarom ook niks voor mij. 5 mei is een nationalistische happening geworden. Waakzaamheid is en blijft geboden. Het fascisme is onder ons. Er kleeft bloed aan de Neederlandse driekleur.

Ik benoem: Zwarte Piet is racisme. Kom me niet aan met 'traditie' of 'kinderfeest'. Kom me niet aan met 'dat zwart is van de schoorsteen'. De initiatiefnemers van de protesten tegen Zwarte Piet zijn mikpunt van enorme agressie. Zwarte Piet is een blackface karikatuur met een slavenpakje aan. Kritiek op dit 'feest' wordt met racisme beantwoord en vervolgens worden de criticasters ervan beschuldigd dit zelf te hebben veroorzaakt. Blaming the victim. Het is voor witte mensen maar al te makkelijk het racisme te ontkennen omdat ze er geen last van hebben. 'Ik ervaar het niet dus het bestaat niet'. De totale ontkenning van het bestaan van witte privileges, het rondrijden met een Gouden Koets met scenes uit de slavernij erop, het verheerlijken van koloniale helden als Michiel de Ruyter.., het is allemaal onderdeel van het zelfde probleem: De VOC-mentaliteit, het trots op Neederland onderbuikgevoel, 'onze' handelsgeest, dat is hoe Neederlanders zichzelf graag zien. Wie die ballon doorprikt, moet maar 'terug naar eigen land'... Prik.

We mogen ons de mond niet laten snoeren. We moeten de echte problemen benoemen ook al wordt van het spreken van de waarheid en het oproepen tot gerechtvaardigd en noodzakelijk verzet telkens weer een of ander 'strafbaar feit' gemaakt. Het is in deze tijden van toenemende repressie zaak om aan elkaars zijde te staan. Dat moet op straat zichtbaar worden. We moeten ingrijpen als de smeris mensen lastig valt, arresteert, slaat, wurgt, neerschiet. Reacties mogen niet uitblijven. We mogen onze vrijheid niet voor lief nemen zolang andere mensen diezelfde vrijheid niet hebben. We moeten in woord en daad de aanval inzetten tegen de haters en bedreigers, die van de straat en die van de staat. Solidariteit! Als zij zonodig nog een probleem willen om te benoemen, dan kunnen ze het krijgen.