20 februari, 2007

Christen-anarchisme: zo oud dat het nieuw lijkt

1. Een paradoxale combinatie

Vertogen over het anarchisme moeten in het algemeen beginnen met een uitleg van de betekenis van het woord. Er moet duidelijk gemaakt worden dat "anarchisme" niet een streven naar de grootst mogelijke chaos of geweld van allen tegen allen is. Anarchisme is het streven naar anarchie. Dit woord komt al bij Herodotus voor en duidt bij hem het ontbreken van een bevelhebber aan; de betekenis van "chaos, wanorde" is hier al in het klassieke Grieks bijgekomen. In de tijd van de opkomende arbeidersbeweging, de eerste helft van de negentiende eeuw, wordt er een positieve betekenis aan gegeven, onder andere (misschien voor het eerst door) Proudhon. Deze nieuwe betekenis verwijst naar het ontbreken van opgelegd gezag, en bij uitstek het afwijzen van de staatsmacht. Anarchie in de positieve zin is het best te omschrijven als een combinatie van vrijheid en gemeenschappeljk bezit van de productiemiddelen, kortweg socialisme of communisme genoemd - woorden die niemand buiten de context vaan het anarchisme nog met "vrijheid" in verband brengt. Als het woord "communisme" hier verder valt dient men te beseffen dat het in zijn oude, positieve betekenis wordt gebruikt.
De beste en kortste omschrijving van "vrijheid" lijkt mij, zeker gelet op het onderwerp, die van de Nederlandse filosoof Beerling: vrijheid is transcendentale openheid. Het bovenwereldlijke ligt op alle mogelijke wijzen in deze omschrijving besloten. De socialistische arbeidersbeweging bracht meestal atheïsme, althans het afwijzen van georganiseerde religie met zich mee, en het anarchisme wordt nog meer vereenzelvigd met de opstand tegen boven- of buitenmenselijke machten: "Als God bestond moest hij afgeschaft worden," luidt een veelgebruikt citaat van Bakoenin, "noch God, noch meester" is een andere bekende anarchistische leuze.
"Christen-anarchisme" klinkt als een paradox. Men kan het streven naar anarchie zelf als religieus interpreteren - vooral in Spanje, het land waar de anarchisten het dichtst bij de macht (weer een paradox) zijn gekomen, had het anarchisme sterk eschatologische trekken. Maar een uitdrukkelijk godsdienstig anarchisme doet ook veel anarchisten aan als een innerlijke tegenstrijdigheid. Toch komt in het laatste kwart van de negentiende eeuw een stroming naar voren die zich zo noemt, en die zeker in Nederland haar sporen heeft achtergelaten. De term wordt voorzover ik weet voor het eerst gebruikt door de Duitse filosoof Eugen Heinrich Schmitt, die met dit woord het gedachtengoed van Leo Tolstoy aanduidt. Hij heeft ook een boek geschreven over Tolstoy onder de titel "Christlicher Anarchismus". De schrijver van Oorlog en vrede en Anna Karenina maakt omstreekst zijn vijftigste een geestelijke crisis door, die in zijn Biecht tot uiting komt. Beïnvloed door Thoreau, die passief verzet tegen de staatsmacht bepleitte, en door secteachtige stromingen naast de Russisch-Orthodoxe Kerk, die in zijn ogen het ware christendom vertegenwoordigden, komt Tolstoy tot zijn eigen interpretatie van het christendom. De Molokanen (melkdrinkers) zijn vegetariërs uit christelijke overtuiging, de Doechoboren (geestelijke ijveraars) wijzen alle wapengeweld af. Tolstoy zou zich persoonlijk bezighouden met het lot van deze laatste, vervolgde groep, die mede door zijn inzet nog voortbestaat.
De bergrede, en vooral de oproep tot weerloosheid tegen de boze, acht hij de kern van het christendom, waaromheen door kerken en wat men noemt wereldlijke machthebbers allerlei goddeloze bouwsels zijn opgetrokken, die afleiden van deze boodschap, nee, deze geheel ontkennen. De oproep van Tolstoy en het nieuws over de vervolging van de Doechoboren vindt weerklank in veel landen. In Engeland en Rusland organiseren zich mensen die zich uitdrukkelijk "tolstoyanen" noemen. De Engelse traditie van toltoyanisme staat betrekkelijk los van de andere, en heeft haar eigen invloeden nagelaten - men denke maar aan het ontwerp van de tuinstad als combinatie van industrie, handel en landbouw, een concrete utopie van christen-anarchist Ebenezer Howard (To-morrow). In Zwitserland, Hongarije, Bulgarije en Nederland komen organisaties op, waarvan het belang de soms geringe omvang ver te boven gaat. De Bulgaarse beweging moet zeer groot geweest zijn, het stalinistische regime heeft in zijn begintijd speciale gevangenkampen ingericht voor deze principiële pacifistische socialisten.

2. Christen-anarchisme in Nederland

In Nederland wordt de boodschap van Tolstoy met open armen ontvangen door (aankomende) predikanten, hervormde theologen van de moderne richting, die in hun gemeenten de armoede en onrechtvaardigheid uit eigen waarneming hadden leren kennen. Het Nederlandse christen-anarchisme is in hoge mate een aangelegenheid van predikanten of theologen geweest: Louis A. Bähler, Anne de Koe, S.C. Kijlstra, J. Sevenster, Lod. van Mierop en anderen die soms maar korte tijd in deze beweging bleven (Henri van den Bergh van Eysinga, N.J.C. Schermerhorn). Doordat het beklemtonen van gelijke rechten van man en vrouw, nu en niet voor de toekomst, een van de opmerkelijke punten van de beweging was, treden er ook veel vrouwen in deze kring naar voren: Titia van der Tuuk, Margaretha Meijboom, Marie Jungius, Truus Mulder. De onderwijzer-volksschrijver Cor Bruijn is gevormd door het christen-anarchisme. De Amsterdamse hoogleraar in de weefselkunde Jac. van Rees was inspirator en geldschieter, en waarschijnlijk de belangrijkste schrijver en daarmee in hoge mate "het gezicht" van het Nederlandse christen-anarchisme tot op heden is de waterstaatkundig ingenieur Felix Ortt. Van de arbeiders die het christen-anarchisme heeft aangetrokken, en dat waren er niet veel, kan de Rotterdamse, joodse havenarbeider S. van den Berg (schrijvend onder de schuilnaam Jan Boezeroen) als belangrijkste en opmerkelijkste genoemd worden. En dan waren er degenen die voldeden aan de oproep tot weerloosheid en geweldloos verzet tegen de staat in de vorm van individuele dienstweigering, van wie J.K. van der Veer de eerste was, waarschijnlijk de enige die in Nederland met recht tolstoyaan genoemd kan worden.
De term was nieuw, maar het streven, hebben de christen-anarchisten van begin af aan beklemtoond, is zo oud als het christendom zelf. De eerste gemeente in Jeruzalem was weerloos en leefde communistisch. Door de geschiedenis van het christendom heen vormen de gelijkgezinden een rode draad - of zij verketterd werden door de officiële kerken of niet. De oorspronkelijke kloostergemeenschappen in oost en west kunnen genoemd worden, van de Kerkvaders: Tertullianus en Johannes Chrysostomus, hervormers die geen kerkgenootschap gesticht hebben, zoals Franck, verder: Waldenzen, pacifistische Wederdopers, Levellers en Diggers, Labadisten, de Collegianten, de Society of Friends (Quakers), uit recentere tijden de Christelijke Broedergemeente in Nederland, de Noordamerikaanse Shakers (United society of Believers in Christ's Second Appearing) en de Russische Doechoboren - allen en veel meer worden regelmatig als voorlopers en geestverwanten genoemd.
Dat christen-anarchisten zich beriepen (en beroepen) op rijke tradities in de geschiedenis van het christendom mag gerechtvaardigd heten. Het valt op dat de terugkeer naar het ware christendom ongeveer zo oud is als het christendom zelf. Van het oorspronkelijke communisme van de eerste christengemeente was al lang niets meer over toen keizer Constantijn nota bene om een oorlog te winnen zich bekeerde tot het christendom (315), en met het uitroepen van het christendom tot staatsgodsdienst door Theodosius is de zondeval van het christendom definitief voltrokken. Het christendom waar het christen-anarchisme zich op beroept, is de als oorspronkelijk geziene opdracht, en heeft weinig of niets gemeen met wat men "het reëel bestaande christendom" kan noemen. Zij het dan weer, dat veel individuele gestalten in en om de kerken wel steeds als het kwade geweten gefungeerd hebben en fungeren, en (vaak achteraf) als zodanig herkend en erkend worden.
Bij het Nederlandse christen-anarchisme behoort naast het oorspronkelijke, "ware" christendom het evenzeer beklemtonen van hieraan gelijkwaardig geachte waarden in andere godsdiensten: in de geest van Schopenhauer en Tolstoy wordt in de eerste plaats het boeddhisme geïdealiseerd. Daarnaast wordt de monotheïstische stroming van het hindoeïsme veel genoemd, en het taoïsme, dat Felix Ortt superieur acht aan het christendom. Enkele christen-anarchisten hebben enige tijd doorgebracht in theosofische kringen, wat soms in hun geschriften doorklinkt (speciaal Ortt en Bähler). De verbinding met de Nederlandse Hervormde Kerk, waar verscheidene predikanten mee verbonden blijven, en het overtuigende beroep op de geschiedenis van strevers naar oorspronkelijk christendom maakt dat de (Nederlandse) christen-anarchisten zeker niet als petite religion kunnen worden aangemerkt.
In 1897 verschijnt van de hand van Felix Ortt het boek Christelijk anarchisme (overigens al snel herdrukt onder de titel Het beginsel der liefde), waarmee de term voor Nederland geïntroduceerd en verklaard is. Rond het christen-anarchistische blad Vrede wordt de vereniging Internationale Broederschap opgericht. Het belangrijkste doel van de vereniging is het oprichten van kolonies, die een voorbeeld moesten vormen van communistisch samenleven in de geest van Christus. De eerste en meest spraakmakende kolonie, die te Blaricum, opgericht in 1899, waar alle voorlieden van de beweging in verbleven hebben, is een spreekwoordelijke ramp geworden. In de eerste plaats intern: van degenen die gewend waren met hun handen te werken kon blijkbaar niemand aan de strenge eisen van het christen-anarchisme voldoen. Extern, doordat de kolonie al snel als opvangplaats ging dienen waar bepaald niet geestverwante mensen gebruik, en dus al gauw misbruik maakten van de gastvrijheid; en vooral doordat de bevolking van de omliggende dorpen die rare stadse vegetariërs ("graseters") en reformkledingdragers ("Nakend op de fiets" zaten ze, dat wil zeggen, zonder hoed, of misschien zelfs zonder sokken..) niet accepteerde. In de nasleep van Nederlands enige echte revolutionaire woeling, de stakingen van 1903, waar de kolonie steun aan verleende, werd de Blaricumse kolonie door het dronken gepeupel bestormd en gedeeltelijk in brand gestoken. De weerloze pacifisten moesten door de Militaire Politie beschermd worden. De kwestie of en zo ja hoe men zich verder moest verdedigen bracht het vertrek van de redactie en drukkers van Vrede met zich mee, en daarmee het einde van de kolonie van Blaricum als christen-anarchistische onderneming.
De spectaculaire mislukking van de kolonie in Blaricum, die in haar tijd het voorbeeld voor de ware geest van het christen-anarchisme moest zijn, leidt gemakkelijk af van de invloed die het christen-anarchisme op een andere, blijvende manier heeft gehad in Nederland. In de eerste plaats het propageren en ondersteunen van de weigering aan de militaire dienstplicht te voldoen. In 1915 nemen christen-anarchistische predikanten het initiatief tot het Dienstweigermanifest, waarin tegen de mobilisatie wordt ingegaan doordat de individuele dienstweigering er een goed middel tegen het kwaad van de oorlog genoemd werd. Aanpassingen in de tekst leidden tot brede ondersteuning van andere stromingen ter linkerzijde.
De pacifistische stroming, en zeker de (hervormde) kerkelijke vredesbeweging, zou er zonder het Nederlandse christen-anarchisme beslist anders uitgezien hebben.
Verdere thema's waarin de Nederlandse christen-anarchisten een grote, zoniet de belangrijkste rol speelden, waren het bepleiten van vegetarisme, het bestrijden van de vivisectie (en in het verlengde hiervan de Dierenbescherming in het algemeen), de drankbestrijding en het bepleiten van seksuele voorlichting die overigens beslist tot zelftucht diende aan te sporen. De eerste homoseksuele "voorlichtingsbrochure" in Nederland is geschreven door J.H. François, die zich "aan de rand" van de beweging bevond. De strijd tegen bedwelmende middelen, tabak en alcohol voorop, het oprichten van enkele ("humanitaire") scholen naar de christen-anarchistische beginselen en het bepleiten van de natuurgeneeswijze completeren het beeld wellicht.
Met al het bovengenoemde heeft Felix Ortt (1866-1959) zich in een lang werkzaam leven beziggehouden. Daarnaast heeft hij een filosofisch-theologisch stelsel ontwikkeld van spinozistische snit, het pneumat-energetisch monisme, dat positief ontvangen werd maar geen school heeft gemaakt. Als rationalistisch natuurwetenschapsman heeft hij onder andere de relativiteitstheorie van Einstein voor een groot publiek toegankelijk gemaakt. Rationalistisch betekent - het zij ten overvloede gezegd - niet hetzelfde als materialistisch. Ortt heeft zich uitgebreid bezig gehouden met de parapsychologie, waarbij zijn rationalisme hem in zoverre in de steek liet dat hij verklaringen van beroemde geleerden accepteerde om de eenvoudige reden dat ze beroemde geleerden waren. Als waterstaatkundig ingenieur ontwikkelde hij het systeem waarmee getijden ("waterstanden") voor de Nederlandse kust voorspeld werden, een systeem dat tot 1985 in gebruik is gebleven. Hij verlaat Rijkswaterstaat in 1899, omdat deze dienst betrokken is bij oorlogsvoorbereiding, waarbij hij tevens afstand doet van zijn adellijke titel. Met deze korte onvolledige schets lijkt mij in ieder duidelijk dat de blijvende invloed van de christen-anarchisten hun kleine aantal verre te boven gaat.


3. Een rooms-katholieke variant
Het christen-anarchisme, zoals dit in Nederland na 1890 opkomt, wordt na de Eerste Wereldoorlog voortgezet in het religieus anarchisme. Voor de lotgevallen van de organisaties, bladen en personen is in dit bestek geen ruimte. Bart de Ligt, voorman van de vredesbeweging en indirect grondlegger van de polemologie; Kees Boeke, pedagoog (de "Werkplaats" in Bilthoven, waar het Nederlandse staatshoofd op school heeft gezeten...), ontwikkelaar van de democratische bedrijfsorganisatie die men "sociocratie" noemt; A.R. de Jong, die tientallen jaren de Open Religieuse Gemeenschap in stand heeft gehouden, en nog meer namen kunnen in dit verband genoemd worden. De generatie die het religieus anarchisme in de jaren dertig gedragen heeft - de beweging heeft oorlog en bezetting niet als beweging overleefd - was nog niet uitgestorven toen in Nederland een nieuw christen-anarchisme verscheen: het radicale verzet tegen wapenhandel, met als bekendste actievoerder de voormalige aalmoezenier Kees Koning ("de bijltjesman"). Het vernielen van wapentuig zou door de eerder genoemde christen-anarchisten als gewelddadig zijn afgewezen. Nieuw was ook dat deze opleving nu eens uit (rooms-)katholieke kringen voortkwam.
Deze onthekkingsbeweging, de De-fence Movement, is genspireerd door Amerikaanse radicale priesters, van wie de gebroeders Philip en Daniel Berrigan de bekendste zijn. De beweging komt voort uit kringen rond het blad Catholic Worker, opgericht in 1932 door de immigrant uit Frankrijk Peter Maurin en de bekeerlinge Dorothy Day. Waren de eerder genoemde recente christen-anarchisten geestelijke nazaten van Hervorming of oosterse orthodoxie, de Catholic Worker Movement is een volsrekt autonome "roomse" anarchistische beweging. Autonoom binnen of naast de kerk, en binnen het palet van (christen-)anarchisten. Peter Maurin, de theoreticus van de beweging, beriep zich op anarchisten als Kropotkin en Proudhon; op pauselijke encyclieken die de katholieke sociale leer ontwikkelden; op het Franse personalisme van onder anderen Jacques Maritain; op het Engelse distributisme van Hilaire Belloc en G.K. Chesterton. Naast steun aan arbeidersbewegingen in opkomst (in de Verenigde Staten een apart probleem) en demonstraties tegen wapenhandel en -fabricage zette de Catholic Worker Movement opvanghuizen voor armen op, Houses of Hospitality, waar geen vragen worden gesteld en - in benedictijnse traditie - gasten worden gevoed en gehuisvest. De huizen moeten in de gedachtengang van Peter Maurin naast opvang ook scholing tot ambacht en een gelegenheid tot werken voor werklozen zijn. Hij noemde de beweging Green Revolution, omdat de praktijk ontleend zou zijn aan het Ierse vroegmiddeleeuse monnikendom.
Deze katholieke beweging manifesteerde zich voor het eerst in 1988 in Nederland, indirect via de onthekkers, direct door het oprichten van een eerste House of Hospitality in Nederland, het Jeannette Noëlhuis in de Bijlmer. Net als de andere christen-anarchistische bewegingen stelt de Catholic Worker Movement zich geen ver aards doel ("wacht maar, tot na de revolutie!"), maar een transcendering van ongewenste toestanden door activiteiten in het heden. Aan het Godsrijk op aarde kan door mensen gewerkt worden, maar slechts tot op zekere hoogte, en men kan zich maar beter instellen op een lange "strijd". Het christen-anarchisme is zo oud, stelt Maurin, dat het nieuw lijkt.
In het bovenstaande zijn de Franse theoloog/socioloog/jurist Jacques Ellul, en de Amerikaanse protestantse christen-anarchisten niet genoemd - en al helemaal niet Sören Kierkegaard, de gebroeders Blumhardt, de grote theoloog Karl Barth, die allen aardse machten afwijzen en een anarchistische inslag is toegedicht - maar moest ik de gehele geschiedenis van het christen-anarchisme vertellen, ik schat dat dan de gehele geschiedenis van het christendom niet genoeg zou zijn.

2 opmerkingen:

Ad zei

Beste Andre,

dank voor alle boeiende stukken over christen-anarchisme. Momenteel doe ik een onderzoek naar relaties tussen Nederlandse en Oekrainse Doopsgezinden in 1920-1923 en vraag ik me af of er iets bekend is van relaties tussen Nederlandse en Russische Tolstojanen. In 'Biroekoff in Nederland' kom ik bijvoorbeeld een verwijzing naar ene Carl Hyner tegen, die landbouwhulp van Nederlandse christenanarchisten (rond van Mierop) aan Tolstojaanse communes in Rusland zou moeten gaan organiseren. Heb jij daar wellicht meer informatie over? Of een idee waar ik die zou kunnen vinden?

vriendelijke groet,

Ad van de Staaij

AdR zei

Beste Ad,

In het algemeen maak ik bezwaar tegen de aanduiding "tolstojanen", zeker voor de Nederlandse christen-anarchisten, die het woord afwezen (alleen J.K. van der Veer zou als zodanig kunnen tellen).
De naam Carl Hijner eenmaal in de zoekmachine gestopt brengt mij bij deze site van Adriaan van Oosten, van wie ik weet dat hij zich bezighoudt met wat ik christen-anarhcisme noem, en dat hij humanitarisme (ik zou bijna in de verleden tijd spreken, want heb hem in geen jaren meer "waargenomen").

Mijn idee: bij gebrek aan organisatie zal er geen contact meer zijn geweest tussen de beweging (voorzover je het woord kunt gebruiken) in Nederland en de steeds meer in het nauw gebrachte tolstojanen in Rusland. Maar omdat ik die naam Hijner ook niet kende kan ik mij tamelijk onbevoegd verklaren.

Ben benieuwd naar het resultaat van het onderzoek. Helaas kan ik niet met een mailadres gaan strooien hier...

Vriendelijke groet,
AdR