08 januari, 2012

Het komt er op aan de wereld te behouden


Het is een bijbelse uitdrukking: oud en zat van dagen (der dagen zat) - en het getal zijner jaren was (op zijn minst honderd; er staan mij geen vrouwen voor ogen van wie zoiets geschreven is).

In een agrarische maatschappij, of deze nu op landbouw of (nomadische) veeteelt is gebaseerd, kan men voorgoed de ogen sluiten in de wetenschap dat volgende generaties niet anders zullen leven.
Ook in steden was het leven niet zo veranderlijk. Technische veranderingen kwamen geleidelijk. Die tijd is voorbij, zeker sinds het begin van wat men de industriële revolutie noemt. Voor mijn moeder was een computer al iets vreemds en onbekends en bij een tewerkstelling ergens in het vorige decennium vroeg zij mij bezorgd of ik met een computer werkte. Dat was gevaarlijk, had zij begrepen. Zij wist tot op dat ogenblik niet dat al mijn werkzaamheden met een computer gepaard gingen. De wereld is onoverzichtelijk.

Zat van dagen is men nu omdat men het niet meer kan bijbenen, niet omdat men weet dat "het goed is".

De afgelopen decennia is daar de component van de stille lente bijgekomen.
De eerste week van het jaar, er zingt luid een merel in het plantsoen. Er komen krokussen op. Het is volle maan, het heeft zelfs 's nachts nog niet gevroren in Nederland, of slechts op een enkele plaats.
Het zingen van de merel verblijdt mij maar roept ook de vraag op: zal hij nog zingen als ik er niet meer ben? Het is nog niet zo lang geleden dat vogelzang onontkoombaar was in de stad, als er geen andere vogel te horen was waren er altijd nog de huismussen. Je hoort of ziet ze nauwelijks meer, ook al gelden ze nog steeds voor de gewoonste vogels.

Oud zijn en weten "het is goed" en de wereld gaat ook zonder mij wel door - dat is onvermijdelijk waar, maar wat natuurlijk en vanzelfsprekend lijkt is het niet.
Het komt er op aan ervoor te zorgen dat "het goed is" en dat de merel blijft zingen en de huismus terugkeert in de stedelijke omgeving en meer.

Geen opmerkingen: