25 augustus, 2017

Onaardige solidariteit kan helemaal niet



Eigenlijk wilde ik er hier en nu niet over schrijven, niet op Krapuul, nauwelijks op Christianarchy - ik heb wel op DeVrije er iets over geschreven, maar verder de vraag of anarchisten ook aardig kunnen zijn maar niet behandeld. De vraag in zijn algemeenheid dan. Er is wel aanleiding voor mij om er op in te gaan, de meest directe is heel recent.

Waarom zouden anarchisten aardig moeten zijn, aardiger dan "de anderen"? Welnu: wie een andere, betere samenleving nastreeft kan, nee moet, deze als voorbeeld "voorleven". Prefiguratieve politiek wordt het genoemd: in je uitingen laat je iets zien van de vorm van samenleving waar je naartoe wilt. Als ik de religieus/christen-anarchisten naga, die ik al decennia bestudeer, dan merk ik daar wel iets van, maar toch ook weer niet al te veel. Het is nu eenmaal ook menselijk, al te menselijk om niet altijd even aardig te zijn. De seculiere anarchisten zijn in doorsnee nog minder aardig, en dat wil echt wat zeggen.

De grotebekkencultuur, zeker in kraakkringen, van de jaren tachtig, staat mij nog helder voor de geest. Die cultuur leefde nog voort tot in de jaren negentig, toen het kraken al iedere maatschappelijke relevantie aan het verliezen was. Lees liefst het hier besproken boek, waarvan ik vrees dat ik een groot deel van de oplage (met diverse [mede] door mij geschreven werkjes) in de papiermolen heb gegooid. Geen kwade opzet hoor, de uitgeverij liquideerde en moest uit het pand waar zij gevestigd was.
"Een goeie beurt van mij, dan houdt dat lesbische wel op", dat soort uitingen. Eerlijk gezegd verwachtte ik het niet - de officiële lijn was iets anders dan de praktijk. Een praktijk die overgoten was of is met alcohol. Het laatste anarchistische genootschap waar ik na 26 jaar zonder plichtplegingen ben uitgebonjourd, de redactie van De AS, werd ook niet door overtuigde geheelonthouders bemenst. Eigenlijk wel aardig dat ik daar de strontkar over mij heen kreeg toen ik onthulde dat de schrijfster van Het gekraakte ideaal bij wijze van afscheid uit de redactie tegen mij zei dat ik de enige van de overgeblevenen was die zich bezighield met onderwerpen waar "jongeren" (zoals zijzelf op dat ogenblik) zich betrokken bij voelden. De polsslag van de tijd (enfin, die volgt u hier dagelijks, nietwaar).

Laat ik nu niet te veel omhalen: ik sluit mij aan bij wat Dhjana schrijft, maar meld tegelijk ook de valkuilen en de beren op de weg (spreekwoordelijk). Dat "linkse activisten" nu aardiger zijn dan in de hoogtijdagen van het kraken of daaraan voorafgaand, valt mij wel op. Maar misschien benadert men mij ook anders: ik ben nu van een andere generatie, bijvoorbeeld van Maagdenhuis '69, en door de ploeg van '15 werd je dan niet meer voor stomme hippie die er niets van gebakken heeft uitgemaakt (gelukkig ook niet voor de zo mogelijk nog ergere "[geslaagde] babyboomer"), integendeel.
"Aardig zijn" heeft verder niet te maken met bloemetjes in je haar, kruidige sigaretten of andere middelen of hippiedom in het algemeen. Hierover later meer.

Geen opmerkingen: